Bantoe

1.0: lid van een Afrikaans volk

Bantoe 1.0
iemand die behoort tot een groep volkeren die wonen in het midden en zuiden van Afrika
In het meervoud ook in toepassing op de groep volkeren.
Woordsoort
Type: substantief
Naamtype: soortnaam
Geslacht: mannelijk
Lidwoord: de
Betekenisklasse: persoonsnaam
Spelling en flexie
Vormen
Enkelvoud: Bantoe (Ban.toe)
Meervoud: Bantoes (Ban.toes)
Meervoud: Bantoe (Ban.toe)
Uitspraak
Aantal lettergrepen: 2
Plaats hoofdklemtoon: 1ste lettergreep
Woordrelaties
Hyperoniem: persoon; neger
Semagram

Een Bantoe...

is een persoon

heeft een donkere huidskleur

heeft negroïde kenmerken

behoort tot een groep Afrikaanse volkeren

woont in het midden en zuiden van Afrika (van iets boven de evenaar tot iets onder de Steenbokskeerkring)

is afkomstig uit het midden en zuiden van Afrika; is geboren in het midden en zuiden van Afrika

spreekt Bantoe

Algemene Voorbeelden
De Afrikaanse Bantoes zien in de Baobab, de apebroodboom met een zware, dikke stam en een naar verhouding kleine kroon, die meer dan 1000 jaar oud worden, een boom die God ondersteboven op aarde gezet heeft.

- http://www.destemderbomen.cyberaddress.nl/boomsymboliek.htm

De Bantoe kent geen medelijden, hij kan ook veel beter pijn verdragen, en zien lijden.

- Ik ga altijd uit de weg voor een andere ezel, Man, Jos de, 1975

De Bantoe in Zaïre kunnen verder opgedeeld worden in een aantal culturele clusters of stammen: de Mongo (centrum), de Kongo (westen), De Luba (Zuidcentraal), de Lunda (Zuiden), de Bemba (Zuidoosten) en de Kasaï (Zuidwesten).

- http://home.planetinternet.be/~ld907264/topambtenaren/bc_top_deel_I.htm

Woordfamilie
Samenstellingen met trefwoord als linkerlid: Bantoestam; Bantoestudent; Bantoetaal; Bantoewet; Bantoewoord; Bantoewortel

(einde artikel)

sluit Door gebruik te maken van het ANW gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.