amateur


amateur 1.0

iemand die een vak, kunst of sport beoefent uit liefhebberij; liefhebber

Semagram


Een amateur…

is een persoon

  • [Oorzaak, reden of aanleiding] beoefent een vak, kunst of sport uit liefhebberij; voorziet niet in zijn levensonderhoud met wat hij doet

    Algemene voorbeelden


    De rol van een amateurkoor blijft om amateurs de kans te geven met goede muziek om te gaan.

    http://gmk.be/ned/maarnormaal/mn10_16.htm,

    Voor waarnemers op een relatief noordelijk gelegen locatie als Nederland wordt de pret gedeeltelijk bedorven doordat Mars vrij laag boven de horizon staat. Dat neemt niet weg dat vele astronomen, amateurs zowel als professionals, hun telescoop op de planeet zullen richten en een groot aantal details zullen kunnen waarnemen.

    http://www.marssociety.nl/oppositie.php,

    Op het WK voor amateurs in Nieuw-Zeeland hebben Bjorn Haneveer en Steve Lemmens uit hun eerste twee poulematchen één overwinning geboekt.

    De Standaard,

    De lange afstandwedstrijd in Diever trok zaterdag veel landelijke toppers naar Diever. Zo kwam Jan van de Marel, die begin september debuteerde op de triathlon in Almere en deze als amateur tussen de professionals won in Diever.

    Meppeler Courant,

    Kunstbeoefening door amateurs moet bevorderd worden.

    Meppeler Courant,

    Veel amateurs, maar ook beroepsmatige onderzoekers, gebruiken nestkasten om vogels in hun natuurlijke omgeving te bestuderen.

    http://www.vogelbescherming.be/nl/dossierkast/nestkasten/default.htm

    Combinatiemogelijkheden


    met adjectief ervoor


    • de echte amateur
    • de pure amateur

    De preprofessioneel kan bij V.E.M. een intensieve voorbereiding op conservatoriumstudies krijgen. Maar ook de pure amateur komt aan zijn trekken, veel meer dan in het officiële onderwijs.

    http://www.vem.be/

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    • amateurisme
    • amateuristisch
    • amateurtje

    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    amateur 2.0

    iemand die blijk geeft van liefde voor een kunst, vak of sport, zonder deze zelf te beoefenen; ook: iemand die uit liefhebberij zaken met betrekking tot een kunst, vak of sport verzamelt; liefhebber

    Semagram


    Een amateur…

    is een persoon

    • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] heeft een grote liefde voor en interesse in iets
    • [Activiteit of handeling] leest veel over datgene wat hem boeit; bezoekt musea en tentoonstellingen over datgene wat hem boeit; bezoekt veilingen en verzamelt zaken die betrekking hebben op datgene wat hem boeit

      Algemene voorbeelden


      Alles bij elkaar komen ongeveer 150 toondichters aan bod en 5.000 werken, zodat de naam lexicon terecht op de kaft prijkt. Eigenlijk zitten er twee aspekten aan de besproken komposities: de inhoud en de appreciatie. En het is vooral op het eerste punt dat dit boek scoort. Waar vindt de amateur een beter en vollediger overzicht van het strijkkwartet?

      De Standaard,

      Ieder jaar zijn er strijkboutenveilingen in Bayreuth en Frankfurt en steevast is Den Besten van de partij. Maar topijzers van duizenden D-marken koopt hij niet, al zou hij zo'n gaaf koperen exemplaar met beschilderd porseleinen handvat, gegraveerde naam, datering en voorzien van een familiewapen dolgraag in zijn bezit hebben. "Dat gaat te ver", verzucht de directeur-conservator, "ik ben en blijf amateur."

      NRC,

      Combinatiemogelijkheden


      met adjectief ervoor


      • de echte amateur
      • de ware amateur
      • de echte amateurs
      • de ware amateurs

      Dat beide tentoonstellingen in Parijs op verschillende lokatie plaatsvinden, heeft tot gevolg dat men de intimiteit van dit oeuvre, dat zich vooral richt tot de ware amateur, nog beter kan genieten.

      De Standaard,

      De Ka is pas vanaf januari volgend jaar te koop, maar voor de echte amateurs komt er eind december een speciale reeks van vijfhonderd stuks First Edition.

      De Standaard,

      Woordfamilie


      Als deel van een afleiding


      • amateurtje

      amateur 3.0

      (ironisch)

      iemand die zonder kennis van zaken te werk gaat; prutser; knoeier; dilettant

      Semagram


      Een amateur…

      is een persoon

      • [Deskundigheid of vaardigheid] handelt zonder kennis van zaken of deskundigheid

        Algemene voorbeelden


        De volgende blunder is ongetwijfeld al in de maak. Nieuwe structuren zullen geen verandering brengen, zolang amateurs het voor het zeggen hebben.

        De Standaard,

        'Amateurs zijn het! Amateurs!' riep hij, terwijl hij zonder zijn pas in te houden de afdaling vervolgde.

        Nette mensen in een nieuwe tijd, Hans van der Kamp,

        Combinatiemogelijkheden


        met adjectief ervoor


        • een volstrekte amateur

        De bankier Lord Spens, een van de van rechtsvervolging ontslagen verdachten in de Guinness-affaire, zegt dat het SFO zo slecht werkt, omdat het bemand wordt door "volstrekte amateurs", die geen enkel verstand hebben van strafrechtelijk onderzoek of van juridische vervolging.

        NRC,

        met substantief ervoor


        • een stelletje amateurs

        Elke week hetzelfde stelletje amateurs, die scheidsrechters hier!

        NRC,

        Woordfamilie


        Als deel van een afleiding


        • amateurtje

        Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


        • amateurswerk
        • amateurwerk