biggelen


biggelen 1.0

(Gezegd van tranen, zweetdruppels, regendruppels, etc.)
snel omlaag druppelen; naar beneden stromen

Semagram


Biggelen…

is een proces

      Algemene voorbeelden


      De tranen biggelden over mijn wangen.

      Meppeler Courant,

      Over zijn wangen biggelen zweetdruppels.

      Hete zeeprikkels, Andreas Roels,

      Zijn tranen bleven maar door het glas heen wellen en van het beeldscherm biggelen.

      Het goddelijke monster, Tom Lanoye,

      Zijn wekelijkse wasbeurt. Met een hard en hoekig stuk zeep schrobde hij zijn borst. Het ijskoude water biggelde over zijn buik.

      De hangende man, Koos van Zomeren,

      Combinatiemogelijkheden


      overig


      • tranen biggelen over haar wangen
      • tranen biggelen langs mijn wangen
      • tranen biggelen over zijn wangen
      • tranen biggelen langs hun wangen
      • tranen biggelen over de wangen

      In een gebed krijgen de mensen in de zaal kans om vergiffenis te vragen voor wat het Joodse volk in het verleden is aangedaan. "I'm so sorry Lord", mompelt een oude vrouw, terwijl de tranen over haar wangen biggelen. Een man staat op en bidt hardop met zijn ogen gesloten.

      NRC,

      Een lachbui overvalt me, dat de tranen langs mijn wangen biggelen.

      Hier ben ik, Donald Niedekker,

      Hij lag nog altijd languit op bed, maar zijn handen hield hij nu voor zijn gezicht, tranen biggelden over zijn wangen en tussen zijn vingers.

      In liefdes naam, Gretha Seghers,

      Ik heb mensen uit Nederland hiernaar zien kijken, en de tranen biggelden langs hun wangen.

      NRC,

      De tranen biggelden Raemon Sluiter over de wangen. Jan Siemerink greep een vlag van een toeschouwer en maakte een vreugderonde [...]. Zelfs Stanley Franker, de oud- bondscoach die altijd had voorspeld dat Nederland kon stunten in de Davis Cup, waagde zich op de baan om te delen in de feestvreugde.

      De Telegraaf,

      • tranen biggelen uit zijn ogen

      Er biggelen tranen uit zijn grote, onschuldige ogen, langs zijn dopneusje naar beneden.

      Het geminachte kind, Guus Kuijer,

      In de lift begon Jozef te brullen van het lachen; tranen biggelden uit zijn spleetoogjes en hij stompte Ikke voortdurend aan om die mee te sleuren in de pret.

      Pagadders, Leo Geerts,

      • water biggelt langs de autoruit
      • condenswater biggelt langs het plafond
      • regendruppels biggelen over de voorruit

      Heel in de verte pinkt een lichtvlekje, vervormd door het water dat langs de autoruit biggelt: de verlichting van een tuinpad of een inrit, of het zolderkamertje van een boerderij.

      Zonder genade, Renate Dorrestein,

      Ik kijk naar de regendruppels die over de voorruit biggelen.

      De jongen die alles goed wou denken, Ben Faccini,

      Het condenswater dat van de liftwanden druipt en langs het plafond biggelt en in dikke, kleffe, temperatuurloze droppen op onze lichamen valt?

      Zonsopgangen boven zee, Jeroen Brouwers,

      Woordfamilie


      Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


      • neerbiggelen
      • wegbiggelen