brombeer


brombeer 1.0

man die vaak moppert en humeurig is
Ook gebruikt als grappige liefkozende aanspreking.

Semagram


Een brombeer…

is een man

      Algemene voorbeelden


      Hun respectieve verslagen ondergraven het stereotiepe beeld van dwarsligger, brombeer en boeman Hermans.

      De Standaard,

      Ze legde haar vinger op mijn lippen, schudde het hoofd, toch niet, mijn lieve brombeer, zweefde van haar lippen, want ik zou de dag van gisteren voor geen goud hebben willen missen.

      De stoelendans, Paul Koeck,

      Dries Smits speelt Solness meesterlijk, als een verfrommelde romanticus, een verlegen charmeur, een onweerstaanbare brombeer.

      NRC,

      Rosa weet dat haar baas bekend staat als een brombeer en een blaffer.

      De Standaard,

      Woordfamilie


      Als deel van een afleiding


      • bromberen

      brombeer 2.0

      man met een diepe, monotone, brommende stem

      Semagram


      Een brombeer…

      is een man

          Algemene voorbeelden


          Na Parole d'Amore, met koortjes en electronica, keert brombeer Paolo Conte [...] terug naar het oude.

          NRC,