buurmeisje


buurmeisje 1.0

meisje dat naast iemand woont; meisje naast wie iemand woont; ook: meisje dat bij iemand in de buurt woont
Komt in de betekenis 'meisje dat naast iemand woont' doorgaans voor in combinatie met bepaald lidwoord het (het buurmeisje) en in de betekenis 'meisje dat in de buurt van iemand woont' vaak in combinatie met onbepaald lidwoord een (een buurmeisje).

Semagram


Een buurmeisje…

is een persoon

  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] woont naast iemand; woont bij iemand in de buurt

    Hoofdsemagram: meisje


    Algemene voorbeelden


    Als ik thuis weer aan 'Schortjesgevels' zit, wordt er gebeld. Het is Hinde, een buurmeisje van twee huizen verderop (een kraakpand). Zij is al eens eerder aan de deur geweest – om me een bos roze rozen te brengen, als dank voor het mogen doortrekken van mijn waterleiding.

    Engelenplaque, A.F.Th. van der Heijden,

    De hele dag lag voor me, er was tijd genoeg om eerst de tram te nemen tot het eindpunt. Vandaar kostte het weinig moeite de stille laan van vroeger te vinden. Het leek nu allemaal wat kleiner, maar veel kon er niet veranderd zijn. De voordeur, het terras, de tuin waar de buurmeisjes speelden, alles zag er nog uit als op de dag van het snelle vertrek in 1942. De mensen achter de ramen waren onbekend, dat was het enige verschil.

    NRC,

    Combinatiemogelijkheden


    met koppelwerkwoord


    • buurmeisjes zijn

    De eerste keer dat ik een vriendin uit mijn leven zag verdwijnen was toen ik bijna zes was. We waren buurmeisjes en hadden zolang ik me kon herinneren samen gespeeld. Maar zij was in augustus jarig en ik in november zodat zij een jaar eerder naar de grote school ging, daar nieuwe vriendinnetjes maakte en mij naar de zijlinie schoof. Ik nam het haar niet kwalijk.

    http://www.jeanne-doomen.net/doodle.html

    met adjectief ervoor


    • een oud buurmeisje
    • zijn vroegere buurmeisje

    In Zuidwolde kwam hij vrijdagavond voor de tweede keer om met een woord in het gemeentehuis de expositie van olieverfschilderijen van Agaath Loonstra uit Linde te openen. Hij was verheugd dat hij hiervoor was uitgenodigd, vooral doordat de kunstenares een oud buurmeisje van hem was geweest in Coevorden. Dit was ook al weer zo'n twintig jaar geleden.

    Meppeler Courant,

    Somerland, de ik-figuur, is een onderwijzer die werd ontslagen omdat hij geen orde kon houden. Zijn vroegere buurmeisje Tineke, die Wethouder van Kulturele Zaken is geworden, vraagt hem een schilderij van Mondriaan naar New York te brengen.

    De Standaard,

    in voorzetselgroep


    • met de buurmeisjes (spelen)

    'En hoe heet jij?' vroeg hij. 'Amber,' zei de kleine. 'Jij niet, van gruttegem,' zei Guggenheimer, 'ik heb het tegen je moeder.' 'Ik heet Nikki,' zei ze. 'Nikki,' zei Guggenheimer, 'zou de kleine Amber niet beter wat met de buurmeisjes gaan spelen?'

    Uitgeverij Guggenheimer, Herman Brusselmans,

    met bezittelijk voornaamwoord


    • haar buurmeisje
    • mijn buurmeisje
    • zijn buurmeisje

    Inez rent door het huis naar de voordeur. Twee agenten komen hun auto uit en vragen wat er is gebeurd. Inez zegt dat haar buurmeisje in het zwembad is verdronken. Ze gaat hen voor. 'Ik zie geen zwembad,' zegt de een verbaasd. 'In mijn tuin,' zegt Inez. 'Ik ben de buurvrouw.' 'Maar wat doet het meisje dan hier?' 'Ik heb haar eerst naar huis gebracht.'

    Liefdesdood, Oscar van den Boogaard,

    Mijn buurmeisje en ik hadden als twaalfjarigen een passie voor toneelspelen. Op zolder speelden we Repelsteeltje, De Dood van Pierlala, sprookjes, alles wat we zagen, speelden we na.

    http://www.adodvs.nl/interview.htm#serge

    Natuurlijk had hij zijn vriend Nico wel eens verteld over de Judith uit zijn kinderjaren, zijn buurmeisje, maar het was niet meer dan een terloopse opmerking geweest – 'O ja, ze woonde achter de heg. We speelden samen.'

    Over de grens, Chaja Polak,

    met lidwoord


    • een buurmeisje

    Er wordt rekening mee gehouden dat de 81-jarige vrouw de kachel hoger heeft gezet in plaats van lager. Hierdoor heeft de kleding brand gevat waarna de woning in brand vloog. Een buurmeisje zag vlammen uit de woning komen. Nadat zij direct de brandweer had gewaarschuwd haalde ze de bejaarde vrouw uit het huis.

    Meppeler Courant,

    • het buurmeisje

    De bel gaat. Suzka, het buurmeisje, komt spelen.

    Natte sokken, Maai Daniëls,

    Woordfamilie


    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    • achterbuurmeisje
    • bovenbuurmeisje
    • overbuurmeisje

    buurmeisje 1.1

    meisje dat zich naast iemand bevindt; meisje naast wie iemand zich bevindt; meisje naast iemand

    Semagram


    Een buurmeisje…

    is een persoon

    • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] bevindt zich naast iemand

      Combinatiemogelijkheden


      met bezittelijk voornaamwoord


      • haar buurmeisje

      Na een hele dag op school, zijn de kinderen in Mikado uitgelaten. Ze dansen op hun stoelen en roepen om het hardst. "Ik ben een halfbloedje", gilt de Surinaamse Sharon, een strik in haar zwarte vlechtjes. "Ik ook", roept haar buurmeisje. "En ik ben drie", zegt Rowan van vier en gaat verder met haar knip- en plakwerk.

      NRC,

      Naast me zit een meisje uit de vierde. Ze is doodstil. Tegen haar buurmeisje zegt ze dat ze misselijk is. Het buurmeisje staat op. 'Ik haal een glaasje water voor je', zegt ze hulpvaardig.

      http://www.narvic.nl/zakkenvullers/De-exorcist.htm