crisisperiode


crisisperiode 1.0

periode waarin de maatschappelijke, sociaal-economische, politieke of culturele verhoudingen voor korte tijd ernstig worden verstoord of soms ook gedurende langere tijd stagneren; periode met een crisissituatie

Semagram


Een crisisperiode…

is een periode; is een tijd

  • [Duur] duurt kort dan wel langer
  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] treedt acuut op of karakteriseert zich door een geleidelijke, tijdelijke neergang, verval, probleemsituaties en verstoringen
  • [Object betroffen] heeft betrekking op een verstoring van de maatschappelijke, sociaal-economische, politieke of culturele verhoudingen

    Hoofdsemagram: periode


    Algemene voorbeelden


    Uitgezonderd in crisisperioden zijn de industriële groei en de uitbreiding van de dienstensector in staat geweest om de werkkracht op te nemen die overbodig werd bij de de agrarische productiviteitsgroei in de ontwikkelde landen.

    http://www.wervel.be/voedselkrant5/vk5_121_Mazoyer_studie.htm

    Combinatiemogelijkheden


    met adjectief ervoor


    • een economische crisisperiode
    • een naoorlogse crisisperiode

    Sedert 1977 belandden we in een tijd van economische crisisperiodes, bliksemsnel evoluerende technologie en een genadeloze prestatiemaatschappij.

    http://users.pandora.be/proggemans/reunie76_77.htm,

    In de loop der jaren hadden we vooral expertise opgedaan in de industrie. De staalsector, steenkool, scheepsbouw en textiel hadden geen geheimen meer voor ons. Vanaf de jaren zeventig, de eerste naoorlogse crisisperiode, hadden zowel de nationale als de Europese overheden daar hun handen vol aan. Begin jaren tachtig werd het steeds erger en moesten er almaar drastischer maatregelen worden genomen. Maar banken in moeilijkheden, dat was ook voor ons een nieuwe uitdaging.

    Mijn jaren in Europa, Karel Van Miert,

    crisisperiode 2.0

    periode waarin iemand een dieptepunt doormaakt, lichamelijk of geestelijk; periode van persoonlijke crisis

    Semagram


    Een crisisperiode…

    is een periode; is een tijd

    • [Duur] duurt kort dan wel langer
    • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] treedt acuut op of karakteriseert zich door een geleidelijke, tijdelijke verergering van ziektesymptomen of malaiseverschijnselen
    • [Object betroffen] heeft betrekking op de lichamelijke of geestelijke gesteldheid van een persoon

      Algemene voorbeelden


      Wanneer een parkinsonpatiënt wil gaan wandelen heeft hij het zeer moeilijk om de beweging in gang te zetten en uiteindelijk ook om de beweging te stoppen. U kent ongetwijfeld het beeld van de onlangs overleden prins Claus. Zijn houding was een typische parkinsonhouding, lichtjes voorover gebogen en in crisisperioden sloffen in de plaats van stappen.

      http://www.parkinson.centerall.com/custom2.php

      Een tweede en cruciaal aspect van onze morele dienstverlening is het verlenen van morele bijstand. Dit is individuele hulpverlening en begeleiding aan iedereen die het situationeel moeilijk heeft of een crisisperiode in zijn leven doormaakt en om hulp verzoekt.

      http://www.huma.be/organisaties/index.htm