duts


duts 1.0

((vooral) in België)

iemand die vaak pech heeft; iemand die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats is; iemand die altijd in het verdomhoekje zit; pechvogel; stakker; sukkelaar

Semagram


Een duts…

is een persoon

      Algemene voorbeelden


      Uit de hoop verwilderde mensen haalden de Duitsers drie mannen, de twee gebroeders Van Menen, drieënveertig en zesendertig, landbouwers in de fleur van hun leven, en hun gebuur, de tweeënzestigjarige Emiel De Ketelaere. Ze werden tegen de muur gezet, en dan gingen de Duitsers overmoedig soldaatje spelen, schoten de drie dutsen neer, waarna drie dorpsgenoten een put moesten delven.

      Verbannen in het vaderland, Karel Jonckheere,

      'Weet ge nog, Constance, dat ge een ransel nodig had op school en dat ik een koevel gekregen had van de Liekens. Ik bracht het naar Edgar, de schoenmaker zaliger. En die duts verstond het verkeerd, hij draaide het vel aan de verkeerde kant, met het haar naar buiten.'

      Het verdriet van België, Hugo Claus,

      Okon was toch tevreden toen hij in 1993 dat contract met optieclausule tekende? Maar nee, als een speler tegenwoordig zijn willetje niet krijgt, ben je een duts. Moeten wij, die ons dag en nacht inspannen om de spelers van Club Brugge zoveel mogelijk te plezieren, ons belachelijk laten maken door een paar snotapen?

      De Standaard,

      Combinatiemogelijkheden


      met adjectief ervoor


      • een arme duts
      • een brave duts

      Maar aan de kracht waarmee mama me zoende voelde ik meteen dat ik haar nooit terug zou zien [...]. Papa legde Linda op de rooster, maar die arme duts was even verrast als wij. Niemand kende de man die haar was komen halen [...]. Niemand wist waar ze woonden. Mama leek van de aardbodem verdwenen.

      Verdwaalde post, Walter van den Broeck,

      Die citékinderen waren heus niet allemaal brave dutsen. Die Willy Vervoort was misschien nog de minst erge. Die vloekte alleen maar. Maar de ouderen, de Meersmansen en de Vervlieten, bijvoorbeeld, dat waren echte boefjes.

      Verdwaalde post, Walter van den Broeck,

      Woordfamilie


      Als deel van een afleiding


      • dutsje