fluitspeler


fluitspeler 1.0

iemand die voor zijn beroep of uit liefhebberij fluit speelt, vooral in een orkest of band; bespeler van de fluit; fluitist

Semagram


Een fluitspeler…

is een musicus; is een persoon

  • [Geheel] speelt vaak in een orkest of band; treedt soms solo op
  • [Activiteit of handeling] speelt fluit
  • [Oorzaak, reden of aanleiding] bedrijft zijn activiteit voor zijn beroep of uit liefhebberij

    Hoofdsemagram: speler


    Algemene voorbeelden


    Galileo Galilei heeft een prachtige melodielijn die onmiddellijk wordt overgenomen door de fluitspeler, waarna een reeks dialoogjes tussen diverse instrumenten ontstaat.

    De Standaard,

    Ik hoor een fluitspeler, hij speelt het muziekje van Kees. Van Kees mocht ik niet met mijn hoofd meedeinen als hij dat speelde.

    't Is zo weer nacht, Joyce Roodnat,

    Het is duidelijk dat de redenaar Apuleius op al deze effecten tegelijkertijd uit was. Retoriek was voor hem theater; het ging erom het publiek te boeien - met mooie zinnen, diepzinnige citaten, en anekdotes van de hak op de tak. En dus lees je bij Apuleius over beroemde kunstenaars en kleurrijke Indische papegaaien, over de zedeloze cynische filosoof Crates en over de hoogmoedige fluitspeler Marsyas, die na een wedstrijd door Apollo levend gevild werd.

    NRC,

    De muzikanten vermoedde ik nog op de scène, even voorbijgestreefd als stilstaande klokken. Maar die staan tenminste nog terwijl de ingebeelde violisten, cellisten, trombonisten, fluitspelers, paukenisten en harpspelende jonkvrouwen er nogal gemummificeerd bijzaten na het laatste akkoord-met-coïtale-neventrillingen.

    Het zomeruur, Lucienne Stassaert,

    Matti Bonner verhing zich aan een berk die aan de noordkant uitkeek op een akker waar eerwaarde Ian Paisley om middernacht was verschenen met zaklantaarns en fakkels en een band fluitspelers om stemmen te ronselen voor zijn verkiezing in Stormont.

    De dood van Matti Bonner, Dermot Healy,

    Ambachtslieden hebben weliswaar slechts beperkte kennis (niet alleen ten opzichte van andere ambachten, maar ook ten opzichte van de gebruiker, want de gebruiker is een betere vakman dan de maker: zo kan de fluitspeler de fluit en de ruiter teugels en breidels eerst echt naar waarde schatten), maar de vaklieden kunnen wel rationeel rekenschap afleggen van hun vaardigheid.

    http://www.eur.nl/fw/cfk/uitgaves/fk1/fk1b.shtml

    Er staat ook een circusorkestje bij met een fluitspeler en een muzikant die tokkelt op de zevensnarige lier.

    http://www.ruscircus.nl/geschiedenis1.html

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    • fluitspelertje