foefelen


foefelen 1.0

((vooral) in België, informeel)

iets vlug, handig of stiekem ergens in verbergen; iets wegmoffelen

Semagram


Foefelen…

is een handeling

      Combinatiemogelijkheden


      met voorzetselgroep


      Voorzetsel: in

      • iets foefelen in iets

      Reeds een paar keer is Guignard er ooggetuige van geweest, dat madame Zuivel parfums en ander spul in haar décolleté foefelde. Zijn plicht was, het gezag te waarschuwen.

      De verdwazing, Andreas Roels,

      foefelen 2.0

      ((vooral) in België, informeel)

      bedriegelijk te werk gaan; sjoemelen

      Semagram


      Foefelen…

      is een handeling

          Algemene voorbeelden


          Degenen die betrokken waren bij de misbruiken in het studiebeurzen, zijn verwijderd uit het Abos. Maar als er zijn die gefoefeld hebben, zijn er ook die de zaak zo georganiseerd hebben dat gefoefel mogelijk was; en zijn er die dit gefoefel niet gemerkt hebben, ofschoon het hun taak was daarover te waken. Ook tegen díe leidinggevenden moet men optreden.

          De Standaard,

          Combinatiemogelijkheden


          met voorzetselgroep


          Voorzetsel: met

          • foefelen met gegevens

          In december 1995 ging al 72% van de fiskale middelen op aan "politieke uitgaven" - lees: voor de president en zijn omgeving én voor de meer dan 600 leden van het overgangsparlement. Hoge ambtenaren van de nationale bank met verantwoordelijkheidsgevoel gingen noodgedwongen foefelen met gegevens. Om te vermijden dat de parlementsleden zich, solidair over alle politieke grenzen heen, al op voorhand budgettaire meevallers toeëigenen.

          De Standaard,

          Woordfamilie


          Als deel van een afleiding


          • foefelaar
          • gefoefel

          foefelen 3.0

          ((vooral) in België, informeel)

          oppervlakkige seksuele handelingen verrichten

          Semagram


          Foefelen…

          is een handeling

              Algemene voorbeelden


              Louis herkende hem met moeite. De man met de gemene tronie die in zijn gulp had zitten foefelen en door papa uit zijn atelier verjaagd was, zat in het salon.

              Het verdriet van België, Hugo Claus,

              Combinatiemogelijkheden


              met voorzetselgroep


              Voorzetsel: met

              • foefelen met iemand

              Ook Hassan experimenteerde met de liefde en de zinnen. Hij foefelde met zijn nichtje onder een deken in het ouderlijk huis.

              De Standaard,

              Woordfamilie


              Als deel van een afleiding


              • gefoefel