groenteboer


groenteboer 1.0

iemand die voor zijn beroep groente en fruit verkoopt; groenteman; groentewinkelier

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een groenteboer…

is een persoon

  • [Plaats] werkt in een groentewinkel of groentekraam
  • [Activiteit of handeling] drijft handel
  • [Betrokkene] verkoopt groente en fruit aan particulieren
  • [Object betroffen] verkoopt groente, aardappelen, fruit en kant-en-klare salades
  • [Oorzaak, reden of aanleiding] oefent zijn functie uit voor zijn beroep
  • [Toepassingsgebied of bereik] heeft nog slechts een beperkt marktaandeel in de westerse wereld

Algemene voorbeelden


Daarom vond ik het een grote eer dat ik Wolkers op de vooravond van zijn vijfenzeventigste verjaardag een doorzichtige plastic tas met een paar kilo lof mocht geven, gekocht bij groenteboer De Goeij-Koot bij ons om de hoek.

Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid, Ronald Giphart,

Het was het uur waarop de krantenjongens de vroegste edities bezorgen, bloemisten en groenteboeren van de veiling terugkomen en de ingekochte waar uitstallen, terwijl voor hun winkels een muur van lege kistjes en kratten groeit.

Hier ben ik, Donald Niedekker,

Wel doen tegenwoordig een SRV-man en een groenteboer het dorp nog aan om de eerste levensbehoeften te slijten.

http://home.wanadoo.nl/wijthmen/wijthmen/1999-21-08.htm,

De middagen verdeelde ik: sjouwer bij Kolen-kobus, de kolenboer, en met de groenteboer op de kar venten.

De Hunnen. Dl. 3: Vrede, Jan Cremer,

Die namiddag had de groenteboer mij keiharde kiwi's en groene bananen verkocht.

De Standaard,

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


Als deel van een afleiding


groenteboer 1.1

winkel van een groenteboer

Betekenisbetrekking


metonymie
Betrokken betekenissen 1.0 : 1.1

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een groenteboer…

is een winkel; is een bedrijf

      Algemene voorbeelden


      Vroeger had je op elke straathoek een winkel. Groenteboer. Melkboer. Slager. Bakker. Nu zijn het woonhuizen met extra grote ramen geworden.

      Blauwbaard, Pauline Slot,

      In 1994 besteedde de consument van iedere gulden 65 cent in de supermarkt, een kwartje in de speciaalzaken (bakker, slager, groenteboer) en een dubbeltje bij overige gelegenheden zoals markt en warenhuizen.

      NRC,

      Verder zullen er een groenteboer, een bloemenzaak en een kantoor ondergebracht woren.

      Meppeler Courant,