hoofdmeester


hoofdmeester 1.0

((vooral) in Nederland; archaïsch)

hoofd van een lagere school; hoofdonderwijzer
Vergelijkbaar met de tegenwoordige directeur van een basisschool.

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een hoofdmeester…

is een persoon

  • [Rang of hiërarchische positie] stond vroeger aan het hoofd van een lagere school

    Hoofdsemagram: meester


    Algemene voorbeelden


    Toen ik hier dik 30 jaar geleden kwam bestond er een grote afstand tusen de kinderen en mij. En tussen de ouders en mij. Je was dan echt het hoofd der school, de hoofdmeester.

    Meppeler Courant,

    Hij heeft het allemaal meegemaakt: de tijd dat 'ie nog werd aangesproken met hoofdmeester, een afstandelijke term, die de verhoudingen uit die tijd verraadt.

    Meppeler Courant,

    'Je moet een brief meenemen van je ouders,' zeiden de onderzoekend kijkende gezichten van de hoofdmeester en de juffrouw.

    Liefdesmeer & andere verhalen, Chaja Polak,

    Combinatiemogelijkheden


    met voorzetselgroep


    Voorzetsel: van

    • de hoofdmeester van de lagere school

    In de huiskamer stond een nieuwe fiets. De andere onderdelen waren bekostigd door een grote groep mensen. De hoofdmeester van de lagere school had garant gestaan voor de bel, mijn broers voor de voorlamp, onze huishoudster voor de achterlamp, iemand van de gemeente voor de snelbinders.

    De kleine blonde dood, Boudewijn Büch

    met eigennaam


    In 1977 zat Koopman nog bij hoofdmeester Diemer in de klas, inmiddels is hij architect en heeft hij zich het lot van zijn oude school aangetrokken.

    NRC,

    Hij zat eindelijk in de klas van hoofdmeester Johnson en daar vond iedereen het juist knap als je te laat kwam.

    De brug naar de wolken, Dennis Rijnvis,

    Maar net toen Jerome aarzelend uit zijn stoel kwam en de juf zei dat hij Korea op de wereldkaart moest aanwijzen, rinkelde hoofdmeester Johnson op de gang met de schoolbel.

    De brug naar de wolken, Dennis Rijnvis,