huisbediende


huisbediende 1.0

iemand die voor zijn beroep in persoonlijke dienst is van een doorgaans welgestelde persoon voor het verrichten van huishoudelijke taken; dienstbode

Semagram


Een huisbediende…

is een werknemer; is een persoon

      Algemene voorbeelden


      De butler sloot de zware buitendeur, passeerde hen met een hoffelijke buiging, gebaarde hem te willen volgen, over het dikke gangtapijt naar de tweede deur rechts [...]. 'Heren, als ik u verzoeken mag,' zei de huisbediende. De salon was voornaam ingericht met empiremeubelen.

      De nymfentrein en andere verhalen, Herman Pieter de Boer,

      De twee huisbedienden, die al jaren bij de familie werkten, waren de restanten van de feestdis aan het opruimen.

      Minnares van de duivel, Naima el Bezaz,

      In haar jeugd werkte zij als huisbediende.

      http://nl.wikipedia.org/wiki/Bertilla_Boscardin

      Hij was een groot financier, industrieel, koopman, eigenaar van verscheidene buitenverblijven, waarvan dat in Ferney het beroemdste is geworden. Zijn wantrouwen jegens het proletariaat - en zijn eigen huisbedienden - nam met zijn vermogen toe.

      Het weerbarstige woord, Anton Constandse,