indolent


indolent 1.0

(poëtisch/literair)

(Gezegd van personen en zaken.)
gekenmerkt door geringe vitaliteit en door desinteresse in wat moeite of toewijding vergt; traag en onverschillig

Algemene voorbeelden


'Alles goed en wel,' bulderden de officieren van justitie, 'maar heeft hij later ooit nog zijn best gedaan haar terug te veroveren? Neen. Hij is indolent, kruiperig, drukt z'n snor... hij is laf, laks en lam...'

De tandeloze tijd. Dl. 1: Vallende ouders, A.F.Th. van der Heijden,

Van nature indolent, kwam hij de eerste tijd tot heel weinig, deed niets aan zijn tuin. Hij had even overwogen zich een tijdje met ziekteverlof te laten sturen. Maar dat was zijn eer te na.

Engelen van het duister, Jan Siebelink,

"Aan de ene kant is flexibiliteit een must, aan de andere kant tref je hier vaak hele logge processen. Daar moet je mee om kunnen gaan zonder cynisch, fatalistisch of indolent te worden. Die twee sporen kosten veel energie."

http://www.observant.unimaas.nl/,

Combinatiemogelijkheden


met substantief


  • indolent bestaan
  • indolent gedrag
  • indolente gratie
  • indolente sfeer

De voren zouden worden toegedekt, de waterspiegel volledig hersteld. Bijna had hij met zijn hand over het gezicht van de moeder gewreven om de plooien van haar verontwaardiging glad te strijken. Sorry, wilde hij haar zeggen, u hebt gelijk, u mag geen stap zetten uit dit indolente bestaan. Alles moet blijven zoals het is, alleen uw zoon haal ik hier eventjes weg. Met een beetje geluk merkt u dat zelfs niet op.

De kinderen van Arthur, Kristien Hemmerechts,