jachtopziener


jachtopziener 1.0

iemand die als beroep voor de eigenaar van een jachtterrein toezicht houdt op de wildstand en op de naleving van de jachtwet op dat terrein; bewaker van een jachtgebied

Semagram


Een jachtopziener…

is een opziener; is een persoon

  • [Activiteit of handeling] houdt op een jachtterrein toezicht op de wildstand; houdt toezicht op de naleving van de jachtwet op een jachtterrein

    Algemene voorbeelden


    'Ik heb wel gehoord dat op De Woldberg meer wordt gestroopt', aldus Greveling. Plotseling trapt de jachtopziener hard op de rem. Snel pakt hij zijn verrekijker en tuurt naar een wagen in de verte. 'Ze zijn nu toch niet aan het mesten. Dat zou te zot zijn'. Het blijkt mee te vallen. 'Nee, het lijkt wel een kadaverwagen. Heeft zeker ergens een dood dier opgehaald'. Greveling waakt tijdens zijn ronde ook over de huizen op het landgoed De Eese.

    Meppeler Courant,

    G. Alferink, bestuurssecretaris van de jagersvereniging KNJV, wijst erop dat het aanschieten van ganzen nooit voorkomen kan worden. "Jagers proberen dat wel tot een minimum te beperken." Jachtopzieners zoeken het jachtterrein, inclusief de dijk, met honden na op aangeschoten wild, weet hij. En jagers schieten niet op brandganzen.

    NRC,

    Het huis aan de place de Bouvignies stond al een tijdje leeg. De vorige eigenaar, een industrieel, was overleden. En voordien woonde de notaris in dit statige huis. Een rijke notaris, die onder andere een eigen jachtopziener in loondienst had.

    De Standaard,

    De angst zat er zo diep in dat als een boer, in eigen veld op jacht, het donkergroene uniform van de jachtopziener ontwaarde, hij bliksemsnel zijn geweer verstopte in gras of struikgewas.

    De Hunnen. Dl. 2: Bevrijding, Jan Cremer,

    Quintackers was een eerbaar burger, die zijn taak als jachtopziener en boswachter gewetensvol vervulde en als enige liefhebberij het boogschieten bij onze Sint-Sebastiaansgilde beoefende.

    De groene jager, Roger Pieters,

    Combinatiemogelijkheden


    met ander, nevengeschikt substantief


    • boswachters en jachtopzieners
    • jachtopzieners en boswachters
    • jachtopzieners, boswachters of landbouwers

    Tijdens een uitstap in de Hoge Venen zal men ongetwijfeld boswachters en jachtopzieners tegenkomen. Zij zijn herkenbaar aan hun rode armband. Zij staan open voor alle vragen van de wandelaars.

    De Standaard,

    In de periode voor kerst wordt er meestal extra waakzaamheid van jachtopzieners en boswachters gevraagd. En dat sorteert effect. Stropers van wild en dieven van kerstbomen sloegen in het verleden rond deze donkere dagen voor kerst maar al te vaak hun slag.

    Meppeler Courant,

    "Natuurbeheer is nodig in ons versnipperd Vlaanderen. Maar wij willen natuurbeheer zonder geweer of alleszins met minder geweren. En als er dan toch eens geschoten moet worden, kunnen jachtopzieners, boswachters of landbouwers dat zelf doen. Die hele tralala van jagers met hun zogezegd nobele bedoelingen is daar niet bij nodig."

    De Standaard,