jas


jas 1.0

afbeelding

Bron: Rob Ketcherside
(CC BY-NC-SA 2.0)

kledingstuk met mouwen en een voorsluiting, dat vanaf de schouders tot onder het middel valt en vaak ongeveer tot aan of onder de knieën reikt, en dat over de bovenkleding buiten wordt gedragen ter bescherming tegen kou of neerslag

Semagram


Een jas…

is een kledingstuk; is een voorwerp

  • [Afmeting] reikt vanaf de schouders tot onder het middel, varieert in lengte en komt vaak tot ongeveer aan of onder de knieën
  • [Deel] heeft mouwen en gewoonlijk ook een kraag en zakken, heeft vaak revers en een voering en kan ook voorzien zijn van een ceintuur of een capuchon
  • [Deel] heeft als sluiting aan de voorzijde gewoonlijk een rij knopen en knoopsgaten of een ritssluiting
  • [Materiaal] is vaak gemaakt van een geweven stof zoals wol, linnen of katoen, maar ook van bv. leer, bont of een kunststof als plastic
  • [Functie] wordt gedragen ter bescherming tegen kou en neerslag
  • [Plaats] wordt buiten gedragen
  • [Gebruikswijze] wordt over de bovenkleding gedragen

Algemene voorbeelden


Hij begreep kinderen niet die hun spullen lieten rondslingeren. De eigenaar van het jasje was met een jasje naar school gekomen en zonder vertrokken. Was hij of zij dan met de jas van iemand anders naar huis gegaan?

Donderdagmiddag. Halfvier., Kristien Hemmerechts,

Het is koud, maar een jas hebben we niet nodig.

De mensheid zij geprezen, Arnon Grunberg,

De kinderen dragen schooluniformen, zodat er van modecompetitie en diefstallen van jassen en dure sneakers geen sprake is.

NRC,

Het garderobepersoneel had om onduidelijke redenen de jassen buiten op een hoop gegooid.

De Standaard,

Zo rustig mogelijk loopt hij naar de portier en vraagt om zijn jas.

Dossier vrouwenhandel, Ed van Eeden,

Combinatiemogelijkheden


als subject bij een werkwoord


  • hangen
  • aan de kapstok hangen

Op weg naar de uitgang passeren we de nieuwe kapstokkenruimte. "Veel jassen kunnen hier hangen", zegt Hidding.

De Groene Amsterdammer,

Jassen hangen aan de kapstok.

http://schoolweb.gemeenschapsonderwijs.be/bs/wommelgem/homeframe.html

als object bij een werkwoord


  • een jas aandoen
  • een jas aanhebben
  • een jas aanhouden
  • een jas aannemen
  • een jas aanpakken
  • een jas aanschieten
  • een jas aantrekken
  • een jas afgeven
  • een jas dichtdoen
  • een jas dichtknopen
  • een jas dragen
  • een jas halen
  • een jas losknopen
  • een jas nemen
  • een jas openknopen
  • een jas ophangen
  • een jas pakken
  • een jas uitdoen
  • een jas uittrekken

Hij zette de radio uit, deed zijn jas aan en liep door de regen naar een winkel waar hij behalve roltabak de goedkoopste fles wodka kocht die hij vond.

Iedereen kan het, Christophe Vekeman,

Ze heeft haar jas nog aan.

Liefdesdood, Oscar van den Boogaard,

Hij had zijn jas aangehouden.

Verbroken zwijgen, J. Bernlef,

Ze liepen een trap met rode loper op, passeerden een vestibule met spiegels en een garderobe, waar ze hun jassen afgaven, en ze betraden een zaal met zuilen en hoge palmplanten.

Hokwerda's kind, Oek de Jong,

Er schiet een breedgeschouderde portier toe, die vriendelijk zijn jas aanneemt en een gastvrij gebaar maakt in de richting van de bar.

Dossier vrouwenhandel, Ed van Eeden,

'Zou je Lousje's jas niet liever eens aanpakken?'

Requiem voor een vriend, J.J. Voskuil,

Ik loop snel terug naar de gang, schiet mijn jas aan en pak mijn tas uit de kamer.

Hersenschimmen, J. Bernlef,

Ze hadden hun jassen aangetrokken en waren naar het café gefietst, naast elkaar.

Mensen met een hobby, Désanne van Brederode,

Hij droeg geen jas, maar wel een hoed.

Het geheim van Eberwein, Boudewijn Büch,

Buiten op straat zegt Beck: 'Doet u uw jas alstublieft dicht.'

De asielzoeker, Arnon Grunberg,

'Wacht, wacht,' zei Floris, 'ik reken even af, ik haal uw jas en we gaan.'

Mooi was Maria, Marijke Höweler,

Af en toe rust ik even uit, maar ik knoop mijn jas dicht en zet mijn muts weer op zodra ik kan.

Vertezucht, Jef Aerts,

Hij knoopte zijn jas los, die zwaar was en hem vermoeide.

Keefman, Jan Arends,

Ze knoopte haar jas open en haalde het document tevoorschijn dat ze onder haar bloes had gestopt voor ze bij Jakob Steen was binnengegaan.

De vijfde macht, Pieter Aspe,

Als u hier uw jas ophangt?

Het bureau. Dl. 6: Afgang, J.J. Voskuil,

'Ik ga eens naar huis,' zegt Masje en hij pakt zijn jas.

Mooi was Maria, Marijke Höweler,

Wat zie je er sjiek uit! Kijk maar even niet naar mij, ik zal eerst die jas uitdoen.

Overspel, Mensje van Keulen,

Ik trek jas, das en schoenen uit.

Liliane, of De spiegelingen van leugen en liefde, Clem Schouwenaars,

  • een jas aan een haakje hangen
  • een jas aan de kapstok hangen
  • een jas van de kapstok nemen
  • een jas van de kapstok pakken

Hij hangt zijn jas breed aan de overkant aan het haakje naast de deur.

Enkele reis moeder, Bram Vermeulen,

Versavel hing zijn jas aan de kapstok en streek met een vluchtig handgebaar over zijn snor, wat hij steevast deed als hij zich opgelaten voelde.

Pandora, Pieter Aspe,

Hij pakte zijn autosleutels en nam zijn hoed en jas van de kapstok bij de deur.

De wolvenlus, Nicholas Evans,

Ze pakte haar jas van de kapstok, hing haar handtas om haar schouder, trok de voordeur open en liep de Vette Vispoort in.

De vijfde macht, Pieter Aspe,

  • een jas om de schouders slaan
  • een jas om zijn schouders slaan

Een windvlaag joeg zijn haar omhoog en hij sloeg zijn jas weer om de schouders.

Heeresma helemaal, Heere Heeresma,

Je slaat je jas om je schouders.

Twee levens, Stefan Brijs,

met adjectief ervoor


  • een duffelse jas
  • een leren jas
  • een plastic jas
  • een wollen jas

Ik school achter zijn dikke duffelse jas en bleef daardoor redelijk droog.

De kleine blonde dood, Boudewijn Büch,

Hij stormde met zijn leren jas en hobbelloopje zo hard en vrolijk naar de trein dat hij struikelde en voor mijn voeten op de grond viel.

De dag van de jas, Nelleke Zandwijk,

We hebben de brandweer moeten inroepen, alle medewerkers hebben dag en nacht in plastic jassen greppels gegraven.

De Standaard,

Hij begreep ook dat hij haar niet een lichtere bontjas moest aanpraten en al helemaal niet een wollen jas – dan zou hij nog tegen zichzelf zijn ook –, want mijn moeder zou dat aanvoelen als een degradatie.

Mevrouw mijn moeder, Yvonne Keuls,

  • een dikke jas
  • een lange jas
  • een wijde jas

Hij droeg een lange jas met overslagen, heel ouderwets.

Buiten is het maandag, J. Bernlef,

Door de dikke jas kon hij niet beoordelen hoe ze gebouwd was, maar ze leek tenger, broos bijna.

God’s gym, Leon de Winter,

Het lijkt een bezigheid voor mannen om militaire uniformen te dragen maar ik heb een keer een meisje gezien in een legeruniform, met zo’n grote pet en een wijde jas, en hoewel het erg op een oud Duits uniform leek vond ik dat het haar heel sexy stond.

http://www.xs4all.nl/~tateoac/

  • een blauwe jas
  • een donkere jas
  • een grijze jas
  • een zwarte jas

Hij heeft zijn jas niet uitgedaan, een lange blauwe jas die hij ooit samen met zijn vrouw heeft gekocht, in de zakken voelt hij zijn handschoenen.

De asielzoeker, Arnon Grunberg,

Over haar gesteven kapje had ze een wollen sjaal gewikkeld en in haar lange zwarte jas zag ze er vervaarlijk uit.

Buiten is het maandag, J. Bernlef,

Omdat ik, toen ik zelf nog autoreed, had gemerkt dat je fietsers, zelfs al brandt hun voor- en achterlicht, in het donker pas op het laatste moment ontwaart als ze zich in donkere jassen gehuld hebben, droeg ik het korte lichtbruine bisambontjasje uit de rijke collectie van Roos.

De zonnewijzer, Maarten 't Hart,

  • een natte jas
  • een warme jas

Klaas en Maarten brachten hun natte jassen in het portaal.

Het bureau. Dl. 6: Afgang, J.J. Voskuil,

Vanmorgen had ze haar warme jas uit de kast moeten halen.

Over de grens, Chaja Polak,

  • een nieuwe jas
  • een zondagse jas

Pieter heeft een nieuwe jas nodig, en ook nieuwe voetbalschoenen, dan moet ik meteen de schoolgympen even controleren, want dan kan ik dat in een moeite door regelen.

Zadelpijn en ander damesleed, Liza van Sambeek,

Heeft vrouw Bonewiet een nieuwe zondagse jas?

Wat kijk je zorgelijk, schatje, Hermine Landvreugd,

met adjectivisch voltooid deelwoord


  • een geklede jas
  • een getailleerde jas
  • een gevoerde jas
  • een met bont gevoerde jas
  • een gewatteerde jas
  • een versleten jas

De vent in kwestie keek even om en versnelde zijn pas. Hij droeg een geklede jas, wat in dit terrein nogal uit de toon viel.

De man op de Middenweg, Koos van Zomeren,

Zodra we binnen waren, kwam Jan ook: getailleerde jas, pet, snor, pak met vest.

Requiem voor een vriend, J.J. Voskuil,

Daar ga ik voor jou een mooie winterjas van maken, besloot Matka terwijl ze de gewatteerde jas omhooghield en inspecteerde.

De Hunnen. Dl. 2: Bevrijding, Jan Cremer,

Het pocketboek stop ik in de binnenzak van mijn gevoerde jas.

Hersenschimmen, J. Bernlef,

Voor de deur stonden twee bijna identieke reizigers in leren, met bont gevoerde jassen.

Franklin, Thomas Lieske,

Zonlicht stroomde over de hoogste takken van de eucalyptusbomen en viel over zijn versleten jas.

Over de grens, Chaja Polak,

met voorzetselgroep


Voorzetsel: met

  • een jas met bontkraag

Bruce heeft zijn leren jas met bontkraag aan.

Buiten is het maandag, J. Bernlef,

in voorzetselgroep


  • in jas
  • in een jas
  • iemand in zijn jas helpen
  • iemand uit zijn jas helpen

Hij zag een foto van Niel in jas, met pet en laarzen.

Franklin, Thomas Lieske,

Een grijze dame in een jas van astrakan schuifelde met een vuilniszak in haar hand naar de stoeprand.

Mensen met een hobby, Désanne van Brederode,

Ze kwam overeind om hem in zijn jas te helpen.

Het damesorkest en andere stadsverhalen, Herman Pieter de Boer,

Ze moet op haar tenen gaan staan om me uit mijn jas te helpen.

Hersenschimmen, J. Bernlef,

  • met haar jas aan
  • met zijn jas aan

Als ze met haar jas aan voor hem staat om afscheid te nemen, zit hij in het halfduister van de kamer nog steeds op dezelfde stoel.

De vrouw die alles had, Kees van Beijnum,

  • onder de jas
  • onder zijn jas
  • iets onder haar jas verbergen
  • iets onder zijn jas verbergen

Ze kon niet zien wat hij onder de ongetwijfeld dure jas droeg, op zijn hoofd stond een ouderwetse maar elegante gleufhoed, die bij de regenjas paste.

De Openbaring, Tom De Cock,

Niel speelde met de varkens. Hij liet een klein exemplaar onder zijn jas snuffelen.

Franklin, Thomas Lieske,

Ik had de indruk dat zij een pistool onder haar jas verborg.

Cargo, Patrick Conrad,

  • zonder jas

Je kon al zonder jas over straat.

Buiten is het maandag, J. Bernlef,

Bezoekers van een houseparty in de Energiehal in Rotterdam moesten na afloop zonder jas in de vrieskou huiswaarts keren. Het garderobepersoneel had om onduidelijke redenen de jassen buiten op een hoop gegooid.

De Standaard,

  • de kraag van een jas
  • de mouw van een jas
  • de voering van een jas
  • de zak van een jas

Of je loopt over het strand, je hebt de kraag van je jas opgezet, het is prettig koud en het waait.

Hij zegt dat ik niet dansen kan, Manon Uphoff,

Hij duwde zijn arm in de mouw van zijn jas, maar kwam halverwege vast te zitten.

Blauwbaard, Pauline Slot,

Uit de zak van zijn jas trok hij een stuk krant.

Franklin, Thomas Lieske,

met ander, nevengeschikt substantief


  • jas en hoed
  • jas en sjaal
  • jas en tas

Eén viel op; een lange oudere Jood met een haast te keurige jas en hoed, alsof hij zich voor deze tocht in het nieuw had gestoken.

De dronken kanarie, Jan Gerhard Toonder,

Zo ongelukkig is ze, dat als haar moeder haar jas en tas pakt, Esther vanzelf in tranen uitbarst.

De tweede geschiedenis, Loes Wouterson,

Ze ontdeden Katrien van haar jas en sjaal.

Het goddelijke monster, Tom Lanoye,

Vaste verbindingen


Afghaanse jas


    Zie: Afghaanse jas

een intelligente jas


  1. een jas die door stof en constructie reageert op de omgeving en op de lichaamsfuncties van de drager en die temperatuur en vochtigheid in de gaten houdt en verluchtingsporiën opent of sluit

    Een intelligente jas die temperatuur en vochtigheid in de gaten houdt en verluchtingsporiën opent of sluit.

    De Standaard,

het scheelt een jas


  1. Vormvariant: dat scheelt een jas

    het is veel minder koud (dan bv. de vorige dag)

    Frans, altijd gehuld in een zwart pak dat langzaam kleur verloor, zei uitsluitend dingen die je net zo goed niet kunt zeggen, zoals: "'t wil maar niet zomeren." Of: "'t scheelt een jas met gisteren."

    Welverdiende onrust, Simon Carmiggelt,

  2. Vormvariant: dat scheelt een jas

    dat maakt een behoorlijk verschil

    Het BNOR examen is niet voor niets duurder voor de kandidaat, er is meer tijd, en dat scheelt een jas.

    http://www.verkeersforum.nl/phpBB2/viewtopic.php?p=7614

passen als een jas


  1. volkomen geschikt zijn, helemaal aan zijn doel beantwoorden

    De medewerkers van het NISA zijn zonder uitzondering enthousiast over hun nieuwe werkplaats. Er is met de Rijksgebouwendienst, de architect en de aannemer heel nauw samen gewerkt, opdat het gebouw past als een jas.

    http://www.archis.nl/html/nisa/index.html

    Maandagavond tijdens het horeca-symposium werd gezegd dat een goed en gezellig café 'je past als een jas.' Hoe groter de jas, hoe groter de gezelligheid.

    Meppeler Courant,

iets in een nieuwe jas steken


  1. Vormvariant: iets in een nieuw jasje steken

    (Gewoner is de verbinding iets in een nieuw jasje steken.)
    iets in een nieuwe vorm gieten

    Vertrouwde vormen van dienstverlening moeten regelmatig in een nieuwe jas gestoken worden en maatschappelijke ontwikkelingen vereisen van de bibliotheek om tijdig in te haken op nieuwe trends.

    http://www.symbiose.nl/bibliotheek/bibl_frame.html

    Deze week verscheen Boekman, het in een nieuwe jas gestoken en danig opgeluukste tijdschrift van de Boekmanstichting, een onderzoeksinstituut voor beleid en cultuur.

    http://www.vrijnederland.nl/vn/show/id=40422/framenoid=39914

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


jas 2.0

bovenkledingstuk dat o.a. als huiskleding of bedrijfskleding wordt gedragen

Betekenisbetrekking


generalisering
Betrokken betekenissen1.0 : 2.0

Combinatiemogelijkheden


met adjectief ervoor


  • een fluwelen jas
  • een grijze jas
  • een groene jas

Hij hield van de lange middagen, wanneer het om vier uur donkerde en Félice bij hem in het atelier zat. Het kind plaatjes keek. Hij schilderde. In zijn versleten, linnen overhemd. Zijn fluwelen jas met ellebooglappen.

Leven op het lemmet, Renee Van Hekken,

Het cliché van laag brillende archivarissen die in stof producerende grijze jassen perkamenten of papieren bundels af- en aansjouwen is alvast verleden tijd.

http://pdf.klasse.be/KVL/KVL115/KVL11516.pdf,

Als volwassene overweeg je die rotzak van een arts in zijn groene jas een briefje te sturen.

Cherry, Mary Karr,

Vaste verbindingen


een witte jas


  1. een jas van een witte stof, die o.a. door artsen, apothekers, laboranten en slagers wordt gedragen

    Allerlei bedrijven, ziekenhuizen, laboratoria, tot slachterijen en slagerijen toe, hebben behoefte aan witte jassen en schorten. De staat kan die niet in de vereiste diversiteit leveren. Ik met m'n vijfentwintig thuiswerksters wel. Zoals je begrijpt, bescherm ik de hygiëne in dit land en daarom sta ik in hoog aanzien.

    Al wat het geval is, Milo Anstadt,

    Eén van die waarheden is, dat huisartsen vroeger een witte jas droegen en losjes daaroverheen een stethoscoop. Zo worden huisartsen nog wel voorgesteld op platen, die men in de spreekkamer ziet hangen. Maar de hedendaagse huisarts houdt zijn spreekuur en doet zijn patiënten-ronde in spijkerbroek en coltrui, of elke andere kleding die hem prettig zit. Anders is dat in de ziekenhuizen. Daar ziet men de artsen nog dagelijks in witte jassen rondlopen.

    NRC,

    Een enkele keer werd ik met een lijstje naar Toko Toet op de Beeklaan gestuurd. Risolles, lempers, pasteitjes, cakejes met felle roze en groene kleuren. Achter de toonbank stond een lange rechte man in een witte jas. Zo beleefd mogelijk deed ik mijn bestelling. Hij zag er immers uit of hij liever apotheker was geworden.

    NRC,

  2. iemand die beroepshalve een witte jas draagt of die traditioneel zo wordt voorgesteld, m.n. een arts of een apotheker

    Het verzet van de witte jassen neemt toe, doordat het ministerie van Volksgezondheid tegenstrijdige signalen afgeeft.

    de Volkskrant,

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


jas 2.1

afbeelding

Bron: Nick Bain
(CC BY-NC-SA 2.0)

(In deze betekenis wordt meestal het verkleinwoord jasje gebruikt.)

colbertjas

Combinatiemogelijkheden


met ander, nevengeschikt substantief


  • met jas en das

Ik stond daar gisteravond zo verdomd burgerachtig, met jas en das.

Liliane, of De spiegelingen van leugen en liefde, Clem Schouwenaars,

Wij waren al vrouwen in onze avondjurken, een half hoofd groter dan de meeste jongens, die er zelfs in een lange broek met jas en das nog kinderlijk uitzagen.

Sleuteloog, Hella S. Haasse,

jas 3.0

als tweede lid in samenstellingen die een persoon aanduiden

Woordfamilie


Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen