juffrouw


juffrouw 1.0

(verouderend)

vrouw die niet getrouwd is en die ook nooit getrouwd is geweest

Semagram


Een jufrouw…

is een persoon

  • [Burgerlijke staat] is ongetrouwd en nooit getrouwd geweest
  • [Geslacht] is een vrouw
  • [Waardering] wordt soms negatief beoordeeld

    Algemene voorbeelden


    Als ik eerlijk mag zijn, ik ken niemand die meer juffrouw is dan zij.

    Sluitertijd, Erwin Mortier,

    Het Werk is een katholieke, vrome vereniging en geen klooster. Daardoor ontsnapt het aan de kerkelijke regels die juist dienen om misbruiken in kloosters tegen te gaan. De kern bestaat uit een honderdvijftig juffrouwen die geloften hebben afgelegd.

    http://users.skynet.be/rkgo/projecten/sekten.htm

    Ze gebruikt, desgevraagd, de benaming juffrouw om haar zelfstandigheid te benadrukken: 'Ik ben er trots op niemand nodig te hebben, ook nooit samengewoond, wel een zoon op de middelbare school. Dat mevrouw klinkt zo zwaar, zo volwassen, zo stoffig.'

    NRC,

    Combinatiemogelijkheden


    met adjectief ervoor


    • een oude juffrouw

    Vlak voor de oorlog had hij mij ook opgebeld met de piepstem van een oude juffrouw die mij in haar testament wilde zetten.

    De koorddanseres en andere herinneringen, Rico Bulthuis,

    • een jonge juffrouw

    Ons krachtige punt is dat we de huiden vers kopen en dat we leer maken van hoge kwaliteit dat zacht is als de huid van een jonge juffrouw.

    NRC,

    met eigennaam


    Bormann nam zijn pet niet af en vestigde zijn ogen op mevrouw Köppe, die de wenk begreep en de kamer verliet. Toen zei hij tegen juffrouw Braun, dat de Führer de wens had geuit haar in deze moeilijke dagen bij zich te hebben.

    Siegfried, Harry Mulisch,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    • juffrouwachtig
    • juffrouwtje

    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    • burgerjuffrouw
    • jongejuffrouw
    • kostjuffrouw
    • mejuffrouw

    Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    • juffrouwenhart
    • juffrouwenstem
    • juffrouwhart

    juffrouw 2.0

    onderwijzeres

    Semagram


    Een juffrouw…

    is een persoon

        Algemene voorbeelden


        Op andere middagen las de juffrouw een boek. Dan liet ze geregeld korte zuchten van genoegen als ballonnetjes op in de klas.

        Marcel, Erwin Mortier,

        Op mijn school wisten ze zelfs niet wat voormoeders waren. Zelfs de juffrouw niet. De juffrouw wist alleen wat voorvaderen waren.

        Mevrouw mijn moeder, Yvonne Keuls,

        Schrijven kon iedereen. Dat leerde je al op school van de juffrouw.

        De koorddanseres en andere herinneringen, Rico Bulthuis,

        Combinatiemogelijkheden


        met voorzetselgroep


        Voorzetsel: op

        • de juffrouw op school

        De juffrouw op school vraagt aan Marietje wat ze later wil worden.

        http://www.fortunecity.com/campus/economics/35/algmop.htm

        met ander, nevengeschikt substantief


        • juffrouw of meester
        • de meester of de juffrouw
        • juffrouwen en meesters
        • meesters en juffrouwen

        Men kan het zich voorstellen: een klas in een lagere school, en daarin een groep kinderen die van juffrouw of meester een dictee opkrijgen.

        De Standaard,

        Bovendien durfde ik zelfs de meester of de juffrouw tegen te spreken.

        De Hunnen. Dl. 3: Vrede, Jan Cremer,

        Vaders en moeders en juffrouwen en meesters wisten wat God wilde met de wereld en wat Hij vond en ons gebood.

        Nathalie, Ger Verrips,

        met eigennaam


        De volgende minuten luisterden de kleuters geboeid naar een verhaal dat juffrouw Rita voorlas uit een groot prentenboek.

        Arend, Stefan Brijs,

        Haar ogen gingen dwars door de muur de straat over naar het kleine schoolgebouw, naar de tafel en de stoel van juffrouw Turner.

        Je moet niet denken dat ik altijd bij je blijf, Hans Münstermann,

        Woordfamilie


        Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


        • dansjuffrouw
        • gymnastiekjuffrouw
        • klasjuffrouw
        • kleuterjuffrouw
        • kostschooljuffrouw
        • peuterjuffrouw
        • schooljuffrouw
        • spraakjuffrouw
        • tekenjuffrouw
        • zangjuffrouw

        juffrouw 3.0

        gewoonlijk jonge vrouw die werkzaam is in een ondergeschikt, meestal dienstverlenend beroep

        Semagram


        Een juffrouw…

        is een persoon

        • [Plaats] werkt bv. in een bar of een kantine, aan een kassa, bij een vestiaire of bij toiletten, in een winkel, in een bibliotheek of op een kantoor
        • [Geslacht] is een vrouw
        • [Activiteit of handeling] vervult een dienstverlenende of administratieve taak
        • [Oorzaak, reden of aanleiding] werkt voor haar beroep

        Algemene voorbeelden


        Hij wenkte een juffrouw die wel eens voor de garderobe zou kunnen zorgen, gaf haar de zwarte jas van Michelle en tegelijk, voor iedereen zichtbaar, het biljet van tien gulden.

        Franklin, Thomas Lieske,

        Het Grand Hôtel werkte voor het grootste deel met niet-professionele krachten. Eigenlijk was alleen de kok een vakman, en dat verantwoordde in zijn ogen de superieure houding die hij tegenover de anderen aannam. De juffrouwen probeerden de wensen van dit vet betaalde, onmisbare personeelslid voor te blijven en hij buitte die onderdanigheid aardig uit.

        De baan van gaan en gissen, Bruno Bartels,

        Als de stewardess weer heupwiegend als een lelijke fee door het gangpad langskomt, roept hij als een zeurderig kind terwijl hij haar zijn lege glas toesteekt: 'Juffrouw, ik drink niet meer, ik wil graag roken. Een lange sigaar!'

        De kus, Jan Wolkers,

        Combinatiemogelijkheden


        met adjectief ervoor


        • een vriendelijke juffrouw

        Ik kreeg een vriendelijke juffrouw aan de telefoon, ik gaf haar mijn creditcardnummer en alle andere informatie waar ze om vroeg.

        Fantoompijn, Arnon Grunberg,

        met voorzetselgroep


        Voorzetsel: achter

        • de juffrouw achter de balie
        • de juffrouw achter de kassa
        • de juffrouw achter de toonbank

        Hij viste het garderobekaartje uit zijn vestzak, stond op en begaf zich met kalme schreden naar de vestiaire. De juffrouw achter de balie had haar jas al aan en stond het geld te tellen.

        Het damesorkest en andere stadsverhalen, Herman Pieter de Boer,

        Voorzetsel: van

        • de juffrouw van de kantine
        • de juffrouw van de kassa
        • de juffrouw van de toiletten

        De juffrouw van de kantine, een wat zure, magere vrouw, die zolang Maarten zich kon herinneren aan het Museum verbonden was, bracht drie kannen met koffie en thee.

        Het Bureau. Dl. 6: Afgang, J.J. Voskuil,

        Vaste verbindingen


        juffrouw van de retirade


        1. ((vooral) in Nederland, schertsend, verouderend)
          toiletjuffrouw

          Synoniem: toiletjuffrouw

          Als schrijver moet een schrijver schrijvend zijn, zelfs al schrijft hij nog zo schrijf. Want wat zijn voor mij de uitersten? Precies: de juffrouw van de retirade en de koningin. Wim Sonneveld schreef over de eerste, Gerard Reve over de tweede.

          ...honderd. Ik kom, Piet Grijs,

        Woordfamilie


        Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


        • barjuffrouw
        • bibliotheekjuffrouw
        • boetiekjuffrouw
        • buffetjuffrouw
        • garderobejuffrouw
        • kantinejuffrouw
        • kantoorjuffrouw
        • kassajuffrouw
        • kioskjuffrouw
        • koffiejuffrouw
        • pleejuffrouw
        • politiejuffrouw
        • sigarettenjuffrouw
        • telefoonjuffrouw
        • terrasjuffrouw
        • tikjuffrouw
        • toiletjuffrouw
        • vestiairejuffrouw
        • wc-juffrouw
        • winkeljuffrouw

        juffrouw 4.0

        vrouw die voor haar beroep toezicht op iets houdt en vaak ook les geeft, zoals een badjuffrouw of een kinderjuffrouw

        Semagram


        Een juffrouw…

        is een persoon

        • [Geslacht] is een vrouw
        • [Activiteit of handeling] houdt toezicht op iets en geeft vaak ook les
        • [Oorzaak, reden of aanleiding] werkt voor haar beroep

          Algemene voorbeelden


          Met kleren aan te water in het Sportfondsenbad [...]. IJzer achter in mijn nek, een ring van staal die me naar de oppervlakte sleurde waar juffrouw Ada stond, op de hoge rand van het zwembad. Benen als pilaren, waarboven een reusachtig, wit omhuld lijf begon, uitlopend in een gezicht dat maar met één woord was verbonden: macht. 'Jij daar. Wat zei ik. Intrekken-spreiden-sluit'.

          Het meesterstuk, Anna Enquist,

          Woordfamilie


          Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen