knaak


knaak 1.0

((vooral) in Nederland, informeel)

rijksdaalder

Semagram


Een knaak…

is een munt; is een betaalmiddel; is een voorwerp

      Algemene voorbeelden


      "Een goede, gediplomeerde stemmer is goud waard, maar je bent nog een jonkie ... je moet eerst maar eens laten zien wat je kunt, ik kan je drie knaken per stembeurt betalen.''

      Het woeden der gehele wereld, Maarten 't Hart,

      Graait u maar in de bakken. Een gulden per stuk, drie voor een knaak.

      Opwaaiende zomerjurken, Oek de Jong,

      Elke ochtend, met uitzondering van de zondag, ga ik de deur uit en om zes uur kom ik er weer in. Pakkie brood op zak. Paar knaken in m'n beurs. En wandelen - door Amsterdam, die grote stad.

      Welverdiende onrust, Simon Carmiggelt,

      Woordfamilie


      Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


      • medicijnenknaak
      • medicijnknaak
      • ziekenfondsknaak