laatstekansmoeder


laatstekansmoeder 1.0

(neologisme)

vrouw die haar kinderen krijgt op een moment dat het biologisch gezien nog net voor haar zou moeten kunnen; vrouw die het krijgen van kinderen om de een of andere reden zo lang mogelijk heeft uitgesteld

Semagram


Een laatstekansmoeder…

is een moeder; is een vrouw; is een persoon

  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] heeft kinderen gekregen op een moment dat dat biologisch gezien voor haar nog net zou moeten kunnen, vaak rond de leeftijd van veertig jaar; heeft het krijgen van kinderen om de een of andere reden zo lang mogelijk uitgesteld

    Hoofdsemagram: moeder


    Algemene voorbeelden


    Om Friedrike een broertje of zusje te geven, kozen Brigitte en Pieter voor IVF. "Het lukte me opnieuw niet om snel zwanger te worden, en ik was intussen al 40. Een arts adviseerde ons om het niet te lang op de natuurlijke manier te proberen, omdat mijn vruchtbaarheid alleen maar verder zou afnemen. Nu zijn we zielsgelukkig met onze twee meiden." En zo heeft elke laatstekansmoeder haar verhaal.

    http://www.lastminutemamas.nl/wp-content/uploads/2011/02/ADLastminutemamas12022011.pdf,

    Jonge generaties Nederlanders zijn geen aanpakkers en mouwenopstropers meer. Nee, het zijn uitstellers en opschorters [...]. Zeeman noemde dit het 'uitgestelde leven'. De taal lijkt Zeeman op dit punt gelijk te geven. Kijk maar naar de vaders en moeders van nu. Die zijn zelden meer onverkort 'vader' of 'moeder'. Om de een of andere reden moet er altijd een prefix bij: 'deeltijdvader', 'laatstekansmoeder', 'uitstelmoeder' of 'tweedelegvader'. Sinds kort is daar de 'uitstelvader' bij gekomen.

    http://www.elsevier.nl/web/Artikel/169662/Taal-Uitstelvader.htm,

    Etymologie


    Aard herkomstinheems woord
    Vroegste datering2003