noemenswaard


noemenswaard 1.0

waard om genoemd te worden; het noemen waard; noemenswaardig; vermeldenswaardig
Veel minder gebruikelijk dan het synoniem noemenswaardig en evenals dat woord vaak voorafgegaan door een negatie, zoals niet, geen of zonder.

Algemene voorbeelden


Tenslotte is de melding van twee mogelijke beroepsgerelateerde Q-koorts gevallen bij twee kappers noemenswaard. Zouden zij via hun klanten met een stoffige haardos besmet zijn?

http://www.beroepsziekten.nl/content/risico-op-q-koorts-overstijgt-geitenboerderij,

Het beeld en geluid van deze DVD is alleen al het kopen waard. Ik ben erg benieuwd naar Zaitoichi van Kitano. Maar de Japanse uitgave heeft geen DTS of noemenswaarde extra's, dus ik wacht liever nog even.

http://www.dvd.nl/forum/showthread.php?t=21028,

Ook in de achter ons liggende periode met hoge economische groei is de hoge werkloosheid niet noemenswaard afgenomen.

http://www.feweb.vu.nl/esi/bin/pdf/921.pdf,

Vertalen was een moeizame en slopende bezigheid waarvoor de beloning niet noemenswaard was.

Oprechter trouw, Henk Romijn Meijer,

Zonder haar grofweg te laten vallen waren veel van haar vrienden nu geleidelijk weggebleven. Respect, en vrees voor haar scherpe tong hadden hen aan haar gebonden, en nu het niet meer hoefde waren ze vooral deze laatste plaag spuugzat. Toch bleek dit Grada, die weinig illusies omtrent de mensheid koesterde, niet noemenswaard te hebben verbitterd.

Een valse nicht, Guus Vleugel,

Er zijn geen tekenen die erop wijzen dat het precedent van de aanpassing op het vlak van de gelijke behandeling leidt tot een toeneming van het aantal klachten, en het aantal zaken is dan ook niet noemenswaard toegenomen.

http://www.europarl.eu.int/meetdocs/committees/empl/20000508/402879_nl.doc,

Het kasteel, dat sinds de bouw geen noemenswaarde veranderingen onderging, bestaat uit twee loodrecht op elkaar geplaatste vleugels en een markante hoektoren met helmdak.

http://kasteleninlimburg.deds.nl/KasteelWolfrath.php

De mensen beroepen zich altijd op de beschaving – die waar ze door geboorte deel van uitmaken, niet die waar ze noemenswaard aan hebben bijgedragen.

Engelenplaque, A.F.Th. van der Heijden,

De Franse leraar had weliswaar de zonnewering laten zakken en alle ramen opengezet maar het hielp niet noemenswaard.

Een hete ijssalon, Heere Heeresma,

De derde deeldoelstelling van de opleiding is dan ook het verwerven van de kennis en kunde nodig voor de studie, de conceptie en realisatie van de fysische drager van elk noemenswaard hedendaags computer- of communicatiesysteem.

http://aivwww.rug.ac.be/Studentenadministratie/Studiegids/2001/NL/INDEX.HTM

Maar het was wel duidelijk dat hij deze, in wezen o zo sombere aktiviteit waarvoor nergens een opleiding bestond, pleegde om eens een verzetje, wat avontuur te beleven in het vaak zo doodsaaie bestaan zonder zorgen of noemenswaard verdriet.

Een hete ijssalon, Heere Heeresma,

Ook de beschrijving klopt nogal: ze heeft het 'uiterlijk van sekseloos menselijk wezen: de blote voeten op sandalen, het lichaam omplooid door een in de zomer wit linnen, in de winter bruin wollen pij [...]; de lippen fijn, de kin niet noemenswaard; het kort geknipt, vroeg grijzend haar dun op de knobbelige schedel [...]; wanneer ze zich onbespied waande, of zich in het vuur van haar betoog vergat, dan verdween een harer vingertoppen wel eens in rechter of linker, wijd geopend neusgat.'

Averechts, Gerrit Komrij,

Alleen diegenen waar hij het meest mee te maken had [...] hadden hier hun kamers. Het gaf hem het prettige gevoel geïsoleerd te zijn, zonder dat het hem nutteloos en overbodig dreigde te maken. Op het trappenhuis bleef hij staan. Ook hier geen noemenswaard gevaar voor overrompeling. Slechts een van de liften reikte tot deze etage en was dan nog uitsluitend bestemd voor hem en zijn haast imaginaire staf.

Heeresma helemaal, Heere Heeresma,

Het maakte hem nieuwsgierig; een vrouw die zich zelf niet had vergeten, zonder dat ze noemenswaard door het leven was aangeraakt.

Heeresma helemaal, Heere Heeresma,

De vrouw, die niet noemenswaard onder de indruk was van zijn optreden, was intussen opgestaan en gaf ons een zoen.

Het schot, Hilbert Kuik,