nuk


nuk 1.0

(Gezegd van personen)
onredelijke, uit een plotselinge stemming voortkomende onvriendelijke of lastige bui of daad; onvoorspelbare stemming of daad die blijk geeft van eigenzinnigheid en weerspannigheid; gril

Semagram


Een nuk…

is een stemming of daad

  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] geeft blijk van onvriendelijkheid of lastigheid en is onredelijk en door een plotselinge stemming ingegeven; is onvoorspelbaar

    Algemene voorbeelden


    Zonder verder acht te slaan op zijn afkerige blik vlucht ze naar de keuken. Hij is een puber, denkt ze. Gun hem tijd, voeg je naar zijn nukken, doe concessies. Wacht af. 'Zal ik een tosti voor je maken?'

    De vrouw die alles had, Kees van Beijnum,

    Combinatiemogelijkheden


    als object bij een werkwoord


    • nukken hebben

    Hij zou kunnen zeggen: vooruit dan maar, als je geen kinderen maakt. Maar ook: lazer op, wacht maar tot je een eigen huis hebt, en het meisje de straat opjagen of eerder: d'r thuis brengen in de auto en haar de raad geven het voortaan slimmer aan te leggen. De ouweheer mocht zijn nukken hebben, zijn humeur, stijl heeft-ie. Zelfs bij de ruzies, meestal over kleinigheden, allebei woedend, hij en ik, toch niet echt kwaad op elkaar.

    Het pistool van de rekening, Jan Willem Holsbergen,

    De Braziliaan heeft nukken, maar dat heeft elke topvoetballer.

    De Telegraaf,

    met voorzetselgroep


    • de nukken van de consumenten

    Opel, vooral de Duitsers in het Europese management, verweten de Amerikanen geen rekening te houden met de nukken en grillen van de consument hier.

    http://www.knack.be,

    in voorzetselgroep


    • een wicht met nukken

    Ook de andere personages hebben zo hun trekjes: de stiefmoeder is een bubblegum kauwende vamp, de meid Lisette een pientere griet die iedereen te slim af is en oplossingen aandraagt voor netelige situaties, de dochter een vervelend wicht met nukken.

    De Standaard,

    met ander, nevengeschikt substantief


    • nukken en grillen
    • nukken en kuren. nukken en stuursheid

    Onderweg naar huis nam ik me voor mijn vrienden te koesteren, en te blijven koesteren wat er ook gebeurt, en me vooral niet tot aanvaringen met hen te laten provoceren, wat niet altijd even eenvoudig is. Jammer genoeg heb ik nog niet geleerd met heel mijn hart van hun nukken en grillen te houden.

    Het nietigste, Marie Kessels,

    Brood werd beschouwd als een vruchtbaar kunstenaar, wiens nukken en kuren hem ervan weerhielden een gestadig oeuvre op te bouwen.

    Trouw,

    Getweeën dansten en sprongen zij voor de decors en midden in het schelle lamplicht, maar Adriënne's humeur werkte niet mee. Siewald was verbaasd want nukken en stuursheid, daarmee had hij in het geheel geen rekening gehouden.

    De houdgreep, Joost Zwagerman,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    nuk 1.1

    (Gezegd van stoffelijke en onstoffelijke zaken)
    onvoorspelbare, ongunstige werking, toestand of ontwikkeling van iets waaraan men is onderworpen

    Betekenisbetrekking


    metafoor
    Betrokken betekenissen1.0 : 1.1

    Algemene voorbeelden


    Het systeem blijkt meer nukken te vertonen. Plaatjes die worden opgevraagd blijken niet te bestaan, of in ieder geval kan het systeem ze niet vinden.

    De Internet-sensatie, Francisco van Jole,

    Combinatiemogelijkheden


    in voorzetselgroep


    • de nukken van een oudere Citroën
    • de nukken van het schip

    Of wat dacht je ervan om alle nukken van een oudere Citroën te doorstaan?

    http://www.pinknijmegen.nl/index-re.html?/magazine/0208_autoerotiek.html,

    De zeereis duurt - naargelang de weersomstandigheden en de nukken van het schip - 14 tot 24 uren en is een levensgevaarlijke onderneming.

    De Standaard,

    • de nukken van de aandelenmarkt
    • de nukken van de bureaucratie
    • de nukken van de markt

    Analist D. G. van zakenbank Kempen Co besefte al dat ING met zijn groeistrategie steeds gevoeliger is geworden voor de nukken van de aandelenmarkt, toch is zij "verbaasd door de omvang van de tegenvallers".

    NRC,

    Volgens Bob de Graaf en Cees Wiebes zijn de geschiedschrijvers van de inlichtingendiensten overgeleverd aan de nukken van de bureaucratie.

    NRC,

    Je wordt gedwongen te leven met de nukken van de markt [...]. Daarom heeft zijn bedrijf - net als veel andere trouwens - een aantal 'buffers' ingebouwd om adequater te kunnen reageren op het fluctueren van de markt.

    NRC,

    gevolgd door naamvalsgenitief


    • de nukken der natuur

    Het was weliswaar een van de dichtstbevolkte gebieden binnen de huidige Nederlandse grenzen, maar de hooguit enkele tienduizenden inwoners van de delta schikten zich nog naar de nukken der natuur.

    NRC,

    met ander, nevengeschikt substantief


    • nukken en gewoonten

    Ik ken deze stad. Ik ken haar buien, welvingen en geuren. Ik ken haar nukken en gewoonten, haar smaak en haar smalende stiltes.

    Rupert: een bekentenis, Ilja Leonard Pfeijffer,