parka
1.0: driekwartjas met capuchon
parka 1.0vaak gewatteerde of met bont gevoerde driekwartjas met capuchon
Woordsoort
| Type: | substantief |
|---|
| Naamtype: | soortnaam |
|---|
| Geslacht: | mannelijk |
|---|
| Lidwoord: | de |
|---|
| Betekenisklasse: | zaaknaam |
|---|
Spelling en flexie
Vormen
| Enkelvoud: | parka (par.ka) |
|---|
| Meervoud: | parka's (par.ka's) |
|---|
Uitspraak
| Aantal lettergrepen: | 2 |
|---|
| Plaats hoofdklemtoon: | 1ste lettergreep |
|---|
Woordrelaties
| Hyperoniem: | jas |
|---|
| Synoniem: | anorak |
|---|
Semagram
Een parka...
is een jas; is een kledingstuk; is een voorwerp
reikt tot net boven de knieën
is vaak olijfgroen, maar kan allerlei kleuren hebben
heeft een capuchon, doorgaans van bont, met daaraan vaak touwtjes om deze dicht te trekken
is vaak gewatteerd of met bont gevoerd
dient om het bovenlichaam te beschermen tegen wind, kou en regen
wordt van oorsprong in de poolstreken gedragen, maar is tegenwoordig ook een gewoon modeartikel
is oorspronkelijk een kledingstuk van de Inuit, maar wordt nu overal door mannen en vrouwen gedragen
Algemene Voorbeelden
De parka is nogal dik en met de riem eromheen krijgt de rijkswachter een veeleer opgeblazen uitzicht.
- De Standaard, 1996
Die kerels liepen in met bont afgezette parka's.
- Franklin, Lieske, Thomas, 2002
Hij keek recht in de loop van een twaalf-kaliber jachtgeweer. 'Jezus!' De man aan het andere eind ervan droeg een lange, zwarte parka met opgeslagen capuchon. In de schaduw van de capuchon ontwaarde Buck een benig gezicht met een grijze baard en vijandige, zwarte ogen.
- De wolvenlus, Evans, Nicholas, 2002
(einde artikel)

