pofbroek


pofbroek 1.0

afbeelding

(Publiek domein)

broek met poffende, opbollende pijpen

Semagram


Een pofbroek…

is een broek; is een kledingstuk; is een voorwerp

  • [Deel] heeft poffende, opbollende pijpen

    Hoofdsemagram: broek


    Algemene voorbeelden


    Wanneer Ruud aan de hand van W.F. Hermans tenslotte bij zijn eigen ongelukkige jeugd was aangekomen, bij de nijpende armoe van het gezin, het schoolgaan op klompen en met lange kousen waarom hij door zijn klasgenoten met uitbundige vrolijkheid werd ontvangen (wie even een echte jongen was droeg al een pofbroek), was het halfelf geworden.

    Oprechter trouw, Henk Romijn Meijer,

    Ze hadden zich laten afzetten bij de rue Bonnier om over de Esplanade Charles de Gaulle in de richting van het oude centrum te wandelen [...]. Op het grind onder een enorme moerbeiboom stond een jongleur, een jonge man in een zwarte pofbroek die zonder één keer mis te grijpen acht kegels in geometrische banen boven zijn hoofd in beweging hield.

    Kreutzersonate, Margriet de Moor,

    Combinatiemogelijkheden


    met adjectief ervoor


    • een wijde pofbroek

    Als kroonprins had hij een blauwtje gelopen bij prinses Charlotte (dochter van de latere koning George IV) en dat deed de betrekkingen geen goed. Een spotprent toont hoe Willem, gekleed in een wijde Hollandse pofbroek, probeert Charlotte het hof te maken. Deze cartoon uit 1814 is één van de schaarse voorbeelden die blijk geeft van enig venijn.

    NRC,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    • pofbroekje

    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    • driekwartpofbroek
    • fietspofbroek