ramptoerist


ramptoerist 1.0

iemand die uit sensatiezucht afreist naar een plaats waar een ramp heeft plaatsgevonden om te zien hoe het er daar uitziet

Semagram


Een ramptoerist…

is een toerist; is een persoon

  • [Activiteit of handeling] reist af naar een rampplek
  • [Motief] handelt vooral uit sensatiezucht

    Hoofdsemagram: toerist


    Algemene voorbeelden


    Dolf regelde zodanig het verkeer dat Jules weg raakte uit de reutemeteut van brandweer- en politiewagens, aanschuivende auto's, ramptoeristen en wat nog meer hoort bij de afbranding van een museum.

    Uitgeverij Guggenheimer, Herman Brusselmans,

    Waar overstroming dreigt, verschijnen meteen roadblocks, bemand door nerveuze agenten die de opdracht hebben plunderaars en ramptoeristen op afstand te houden.

    NRC,

    Sommige ramptoeristen reden met hun auto tot aan de wegversperring van de politie, haalden de fiets van hun bagagerek en fietsten dwars door de velden het vuur tegemoet.

    De Standaard,

    De Limburgse gouverneur Vandermeulen overlegt met Nederlandse instanties over een vliegverbod boven het Maasland. Hij wil hiermee ramptoeristen verhinderen om vanuit een sportvliegtuig de getroffen gebieden te komen bekijken.

    NRC,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    • ramptoeriste