reutelen

1.0: rochelend ademen

reutelen 1.0
moeizaam, rochelend ademen, in doodsnood of net alsof men in doodsnood verkeert
Woordsoort
Type: werkwoord
Functie: zelfstandig werkwoord
Syntactische subklasse: overgankelijk
Vervoeging: regelmatig/zwak
HulpwerkwoordVTBody
Hulpwerkwoord voltooide tijden: hebben
Spelling en flexie
Vormen
Infinitief: reutelen (reu.te.len)
Eerste persoon o.t.t.: reutel (reu.tel)
Tweede persoon o.t.t: reutelt (reu.telt)
Derde persoon o.t.t: reutelt (reu.telt)
Meervoud o.t.t.: reutelen (reu.te.len)
Enkelvoud o.v.t: reutelde (reu.tel.de)
Meervoud o.v.t.: reutelden (reu.tel.den)
Tegenwoordig deelwoord: reutelend (reu.te.lend)
Voltooid deelwoord: gereuteld (ge.reu.teld)
Uitspraak
Aantal lettergrepen: 3
Plaats hoofdklemtoon: 1ste lettergreep
Woordrelaties
Hyperoniem: ademen
Semagram

Reutelen...

is een werking

Algemene Voorbeelden
Het gordijn voor het raam was gesloten. Ik zat in een zetel bij het hoofdeinde van het bed. De zieke reutelde. Nu en dan sliep ik een poosje in, overmand door vermoeidheid. Als ik weer wakker schrok, moest ik in de lage zetel gaan rechtop zitten om mijn hand op de vreemde hand van de stervende te kunnen leggen.

- De baan van gaan en gissen, Bartels, Bruno, 1983

Woordfamilie
Afleidingen: reutelaar; reuteling

1.1: klinken als gerochel

reutelen 1.1
een geluid maken als een rochelende ademhaling
Woordsoort
Type: werkwoord
Functie: zelfstandig werkwoord
Syntactische subklasse: overgankelijk
Vervoeging: regelmatig/zwak
HulpwerkwoordVTBody
Hulpwerkwoord voltooide tijden: hebben
Spelling en flexie
Vormen
Infinitief: reutelen (reu.te.len)
Eerste persoon o.t.t.: reutel (reu.tel)
Tweede persoon o.t.t: reutelt (reu.telt)
Derde persoon o.t.t: reutelt (reu.telt)
Meervoud o.t.t.: reutelen (reu.te.len)
Enkelvoud o.v.t: reutelde (reu.tel.de)
Meervoud o.v.t.: reutelden (reu.tel.den)
Tegenwoordig deelwoord: reutelend (reu.te.lend)
Voltooid deelwoord: gereuteld (ge.reu.teld)
Uitspraak
Aantal lettergrepen: 3
Plaats hoofdklemtoon: 1ste lettergreep
Betekenisbetrekking
Algemeen: metafoor
Betrokken betekenissen: 1.0 : 1.1
Algemene Voorbeelden
In de feestzaal was het muf als in een Egyptische graftombe. Lucht reutelde in de halfvolle radiatoren en tl-buizen trokken zich wild knipperend op gang.

- Donderdagmiddag. Halfvier, Hemmerechts, Kristien, 2002

1.2: klinken als iets in slechte staat

reutelen 1.2
een geluid maken dat kan wijzen op een defect of op verregaande slijtage
Woordsoort
Type: werkwoord
Functie: zelfstandig werkwoord
Syntactische subklasse: overgankelijk
Vervoeging: regelmatig/zwak
HulpwerkwoordVTBody
Hulpwerkwoord voltooide tijden: hebben
Spelling en flexie
Vormen
Infinitief: reutelen (reu.te.len)
Eerste persoon o.t.t.: reutel (reu.tel)
Tweede persoon o.t.t: reutelt (reu.telt)
Derde persoon o.t.t: reutelt (reu.telt)
Meervoud o.t.t.: reutelen (reu.te.len)
Enkelvoud o.v.t: reutelde (reu.tel.de)
Meervoud o.v.t.: reutelden (reu.tel.den)
Tegenwoordig deelwoord: reutelend (reu.te.lend)
Voltooid deelwoord: gereuteld (ge.reu.teld)
Uitspraak
Aantal lettergrepen: 3
Plaats hoofdklemtoon: 1ste lettergreep
Betekenisbetrekking
Algemeen: metafoor
Betrokken betekenissen: 1.0 : 1.2
Algemene Voorbeelden
Hij [...] klemde het pistool met beide handen vast en richtte het op de biocomputer, die zijn schepping was geweest. Met een aantal welgemikte schoten schoot hij zijn droom aan flarden. Er sprongen nog wat vonken uit het kastje, er klonk een laatste reutelende zoemtoon, toen was het allemaal over.

- De lift: naar het filmscenario van Dick Maas, Hellinga, Gerben, 1983

2.0: vervelend praten

reutelen 2.0
zonder ophouden op een vervelende manier over oninteressante dingen praten
Woordsoort
Type: werkwoord
Functie: zelfstandig werkwoord
Syntactische subklasse: overgankelijk
Vervoeging: regelmatig/zwak
HulpwerkwoordVTBody
Hulpwerkwoord voltooide tijden: hebben
Spelling en flexie
Vormen
Infinitief: reutelen (reu.te.len)
Eerste persoon o.t.t.: reutel (reu.tel)
Tweede persoon o.t.t: reutelt (reu.telt)
Derde persoon o.t.t: reutelt (reu.telt)
Meervoud o.t.t.: reutelen (reu.te.len)
Enkelvoud o.v.t: reutelde (reu.tel.de)
Meervoud o.v.t.: reutelden (reu.tel.den)
Tegenwoordig deelwoord: reutelend (reu.te.lend)
Voltooid deelwoord: gereuteld (ge.reu.teld)
Uitspraak
Aantal lettergrepen: 3
Plaats hoofdklemtoon: 1ste lettergreep
Woordrelaties
Hyperoniem: praten
Synoniem: leuteren
Semagram

Reutelen...

is een activiteit

Algemene Voorbeelden
Ongeveer een maand na de geboorte van Mila kwam de felicitatiedienst namelijk bij ons over de vloer. Ik had de bodem van dat pretpakket al snel gezien, maar de dame tegenover me reutelde nog zeker een uur door over abonnementen, acties en unieke buitenkansjes die nergens anders te koop zijn.

- http://home.hetnet.nl/~woordenstroom/html/rikky_schrever.html

Woordfamilie
Samenstellingen met trefwoord als linkerlid: reutelmuziek

(einde artikel)