seizoentijd


seizoentijd 1.0

gemeten hoeveelheid tijd waarin een sporter zijn traject heeft afgelegd op een wedstrijd van een bepaald seizoen

Semagram


Een seizoentijd…

is een tijd

  • [Tijd] wordt gerealiseerd op een sportwedstrijd van een bepaald seizoen
  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] wordt officieel vastgesteld
  • [Activiteit of handeling] drukt een hoeveelheid tijd uit
  • [Handelende persoon] wordt gerealiseerd door een sporter
  • [Object betroffen] heeft betrekking op het parcours of traject dat een sporter aflegt

Hoofdsemagram: tijd


Algemene voorbeelden


Sighel is een typische indoorrijder, maar zijn seizoentijden geven geen enkele aanleiding tot paniek.

NRC,

Combinatiemogelijkheden


met adjectief ervoor


  • de beste seizoentijd
  • de snelste seizoentijd
  • iemands beste seizoentijd
  • iemands snelste seizoentijd

Haar 39,76 op de kortste sprintafstand betekende een verbetering van haar beste seizoentijd met negen-honderdste.

Meppeler Courant,

Het trainingsprogramma dat we draaien maakt het onmogelijk op een ander moment in het jaar de snelste seizoentijd te zwemmen.

De Telegraaf,

Tyson Gay heeft de snelste seizoenstijd op de 100 meter laten noteren. De Amerikaanse sprinter liep gisteravond in het Jamaicaanse Kingston de afstand in 9,86 seconden.

http://sport.fok.nl/nieuws/597871/1/1/50/snelste-seizoenstijd-voor-gay-op-100-meter.html,