tooi


tooi 1.0

voorwerp waarmee iemand zich tooit
Vaak in toepassing op iets dat het hoofd tooit, bv. een kroon of een lauwerkrans.

Semagram


Een tooi…

is een voorwerp; is een zaak

  • [Functie] dient om iets of iemand te tooien
  • [Voorbeeld of specimen] is vaak iets om op het hoofd te zetten, bv. een vedertooi, een lauwerkrans, een kroon

    Algemene voorbeelden


    Oehoe Maritha verdeelde ons rond het vuur en ging daarna recht tegenover Guido zitten op een iets kleinere stronk. 'Nu doen we allemaal onze ketting om,' ze boog haar hoofd en liet het kralensnoer om haar hals glijden, 'en zetten de tooi op'. Gedwee volgde iedereen haar voorbeeld.

    De meisjes van de suikerwerkfabriek, Tessa de Loo,

    Woordfamilie


    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    • hoofdtooi
    • indianentooi
    • pluimentooi
    • vedertooi
    • verentooi

    tooi 1.1

    al wat iemand of iets op een bepaald moment tooit

    Algemene voorbeelden


    Meermalen doet hij zijn beklag over de degradatie van violet en paars tot "tooi bij uitstek voor trainingspakken van vakantiegangers met monomane zonnewensen".

    NRC,

    Vaste verbindingen


    zich sieren met geleende tooi


    1. met de verdiensten van iemand anders pronken

      Synoniem: pronken met andermans veren

      Ik zal de verhalen van de bedoeïenen laten voor wat ze zijn. Er zijn al zo veel verhalen over hen, het is niet mijn gewoonte een ander rijdier dan mijn eigen uit te putten, evenmin om me te sieren met geleende tooi.

      Berichten uit Maanzaad Stad, Abdelkader Benali,

    Woordfamilie


    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    • bruidstooi
    • feesttooi
    • haartooi
    • kersttooi
    • kledertooi
    • wintertooi
    • zomertooi

    tooi 2.0

    bloesempracht, bloeipracht of kleurenpracht van bomen

    Betekenisbetrekking


    metafoor
    Betrokken betekenissen1.1 : 2.0

    Algemene voorbeelden


    Het oranje van de ballonnen was bijna niet van de lucht, het groen barstte uit de laatste knoppen, de prunus was in paarse tooi solidair met de koningin, en rood, wit en blauw sierde menig kindergezicht.

    Meppeler Courant,

    Vaste verbindingen


    in volle tooi


    1. in volle bloei; in volle pracht

      Synoniem: in vol ornaat

      Bloesems aan weerszijden van de weg zover het oog reikt, dichte hagen van bloesems, soms opeens een solitair boompje in volle tooi, dan weer de onmeetbare overvloed.

      Het nietigste, Marie Kessels,

    Woordfamilie


    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    • bloesemtooi
    • herfsttooi
    • lentetooi