vorstperiode


vorstperiode 1.0

periode waarin de temperaturen aanhoudend of frequent beneden nul dalen; periode waarin het vriest; periode met vorst

Semagram


Een vorstperiode…

is een periode; is een tijd

  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] gaat gepaard met temperaturen beneden nul

    Hoofdsemagram: periode


    Algemene voorbeelden


    Zodra er zich een vorstperiode aandient en de weersvoospelling spreekt van aanhoudende tot matige vorst dan gaat er voor het waterschap een afweging van belangen spelen en breekt een drukke periode aan.

    Meppeler Courant,

    Soms verstrijken wel tien jaar tussen twee echte vorstperiodes met schaatsijs, en hoef je na die tien jaar maar even op je doorlopers of schoonrijders te staan om het weer te pakken te hebben.

    Het woeden der gehele wereld, Maarten 't Hart,

    Herfst en winter (buiten de vorstperiodes) zijn bij uitstek de seizoenen om nieuwe struiken of bomen in de tuin aan te planten.

    http://www.detuingids.be/pages/list.asp?Cat=1=aanleg

    Gedurende de winter, maar alleen als het echt nodig is, houden de vrijwilligers van de Natuur- en Vogelwacht zich ook bezig met wintervoedering. Na een langdurige vorstperiode of na zware sneeuwval wordt voor sommige soorten de voedselsituatie snel erg nijpend.

    http://home.planet.nl/~nvd.strix/