zakdoek


zakdoek 1.0

relatief kleine, vierkante doek die gebruikt wordt om er de neus in te snuiten of om iets mee schoon te vegen; doekje voor snuiten of schoonvegen
Ook vaak in de verkleinvorm zakdoekje.

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een zakdoek…

is een doek; is een voorwerp

  • [Afmeting] is relatief klein; past in een broekzak, mouw of handtasje
  • [Kleur] is vaak wit; is als herenzakdoek ook vaak geblokt; is als boerenzakdoek traditioneel rood-wit geruit
  • [Materiaal] is van stof of papier; wordt in dat laatste geval ook wel een tissue genoemd
  • [Functie] dient om er de neus in te snuiten of om er iets mee schoon te vegen; wordt ook wel gebruikt om mee te zwaaien; wordt ook wel gebruikt om bij warm weer nat te maken en op het hoofd te leggen ter verkoeling, vaak met in de punten een knoop ter verzwaring; wordt soms gebruikt als noodverband bij een verwonding
  • [Bezitter of eigenaar] heeft soms de initialen van de eigenaar erop geborduurd staan
  • [Overige] wordt door oudere dames wel besprenkeld met eau de cologne of een ander reukwater
  • [Overige] wordt in het wit door voetbalsupporters gebruikt om ermee te zwaaien in het stadion als zij vinden dat de trainer ontslagen moet worden

Hoofdsemagram: doek


Algemene voorbeelden


Ze snuit haar neus in de zakdoek die zij nu steeds bij zich draagt.

Het meesterstuk, Anna Enquist,

De Omon, de oproerpolitie van het ministerie van binnenlandse zaken, controleert het centrum en de gevreesde agenten hebben naar Amerikaanse mode zakdoeken om hun hoofd gebonden en zonnebrillen opgezet.

NRC,

Combinatiemogelijkheden


als object bij een werkwoord


  • een zakdoek bij zich hebben

Een mens moet altijd een propere zakdoek bij zich hebben.

Acacialaan, Koen Peeters,

  • een zakdoek bovenhalen
  • een zakdoek nemen
  • een zakdoek pakken
  • een zakdoek tevoorschijn halen
  • een zakdoek ergens uit halen

Marius nam zijn zakdoek, veegde zijn neus af en liet zijn ogen over de polder dwalen, waar niets te zien was.

De hangende man, Koos van Zomeren,

Beerta haalde zijn zakdoek uit zijn zak.

Het Bureau. Dl. 6: Afgang, J.J. Voskuil,

Hij haalt zijn zakdoek boven en begint zorgvuldig zijn vingerafdrukken van het houten handvat te vegen.

Cargo, Patrick Conrad,

Jij hoeft niet te huilen, dacht Esther, terwijl ze keek hoe oma haar zakdoek pakte om haar ogen te drogen.

De tweede geschiedenis, Loes Wouterson,

Hij haalt een zakdoek te voorschijn en snuit een paar keer meisjesachtig licht en vinnig zijn neus.

De kus, Jan Wolkers,

  • iemand een zakdoek geven
  • iemand een zakdoek toesteken

De blanke sloeg de handen voor het gezicht, hij knikte voorover van de pijn, een vrouw stak hem een zakdoek toe.

De stoelendans, Paul Koeck,

Jim geeft haar een zakdoek, hij is zelf ook aangedaan.

De doosjesvuller en andere vondsten, Janwillem van de Wetering,

met adjectief ervoor


( In deze combinaties meestal in de verkleinvorm zakdoekje.)
  • een batisten zakdoek
  • een kanten zakdoek
  • een papieren zakdoek
  • een zijden zakdoek

Hij trok een zijden zakdoek uit zijn broek en begon lawaaierig zijn neus te snuiten.

Nette mensen in een nieuwe tijd, Hans van der Kamp,

Zij houdt een waaier in de ene, een kanten zakdoek in de andere hand.

Sleuteloog, Hella S. Haasse,

Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft nog een aantal fraaie exemplaren van onder anderen Anna Paulowna: 'een batisten zakdoek met een ingeweven streepjesrand en in de hoek versierd met een A met daarboven een kroon.'

http://www.royalglitter.com/kiss-me-kate-slot/

Ze nam een slok van de port en snoot haar neus in een papieren zakdoek.

De vijfde macht, Pieter Aspe,

  • een bebloede zakdoek

De man zat met een bebloede zakdoek voor zijn mond op de stoel van Victors moeder.

De kinderen van Arthur, Kristien Hemmerechts,

  • een gebloemde zakdoek

Ze haalt een gebloemde zakdoek uit haar bh, veegt haar bovenlip af, laat het doekje drogen in de hete wind die door het open raam naar binnen stroomt.

https://decorrespondent.nl/2795/Iemand-die-ik-niet-ken-Thug-Life/114617360-2990b1ad,

  • een (rood en wit) geruite zakdoek

Het was een hele warme dag, hij veegde steeds zijn voorhoofd af met een grote geruite zakdoek en ook zijn handen waren vochtig.

Gevallen vrouwen, Laurie Langenbach,

Papa nam zijn hoed af en wiste zijn voorhoofd af met een rood en wit geruite zakdoek, de klassieke boerenzakdoek van ons volk van eeuwen her.

Het verdriet van België, Hugo Claus,

  • een gore zakdoek
  • een smerige zakdoek
  • een vieze zakdoek
  • een vuile zakdoek

Tetten trok een vuile zakdoek te voorschijn om er zijn bloedneus mee te deppen.

Een lichtgevoelige jongen, Walter van den Broeck,

Ze snoot haar neus in de vieze zakdoek en propte hem in haar mouw.

Donderdagmiddag. Halfvier, Kristien Hemmerechts,

Er viel een tinnen soldaatje op zijn hoofdkussen, een bestempelde postzegel en een bijzonder smerige zakdoek.

Marcel, Erwin Mortier,

Hesp wiste met een gore zakdoek het zweet van zijn hoofd en uit zijn nek.

De Hunnen. Dl. 2: Bevrijding, Jan Cremer,

  • een grote zakdoek

De man tegenover hem haalde een grote zakdoek uit zijn zak en begon er zijn bril mee te poetsen.

Ritueel des doods, Willem Zebregs,

  • een natte zakdoek
  • een vochtige zakdoek

Ook deze afscheiding kunt u verwijderen door te deppen met een vochtige zakdoek.

http://www.oogziekenhuis.nl/

Toen waste zij met de natte zakdoek zijn wangen, zijn lippen.

Het verdriet van België, Hugo Claus,

  • een propere zakdoek
  • een schone zakdoek
  • een verse zakdoek

'Geef me nog eens een verse zakdoek,' zei hij en hij stak die weg in zijn mouw.

Acacialaan, Koen Peeters,

De Cock nam een schone zakdoek uit zijn broekzak en tilde de stick aan het uiteinde, tussen duim en wijsvinger op.

De Cock en de dode harlekijn, Appie Baantjer,

Een mens moet altijd een propere zakdoek bij zich hebben.

Acacialaan, Koen Peeters,

  • een volle zakdoek

Een nieuwe scheut van pijn en een draderige hoestaanval doet hem vooroverbuigen in zijn stoel. Slijm spat in zijn volle zakdoek. Bloed van ontstoken tandvlees maakt zijn speeksel wee.

Alle verhalen, Manon Uphoff,

  • een blauwe zakdoek
  • een rode zakdoek
  • een roze zakdoek
  • een witte zakdoek
  • een zwarte zakdoek
  • een bonte zakdoek
  • een roodbonte zakdoek

Extremistische antiglobalisten die met zwarte zakdoeken voor hun mond slaags raken met de politie en met stenen de ruiten van banken en andere multinationale ondernemingen bekogelen.

De Telegraaf,

Voor de countrydansers gaat er niets boven een stevig paar cowboylaarzen, een 'bolotie' (stropdas die uit twee losse leren draadjes bestaat, bijeengehouden door een zilveren knoop), een roodbonte zakdoek, een hoed en een flink aangesnoerde spijkerbroek.

Haarlems Dagblad,

Met een roze zakdoek had hij zijn hoofd gebet.

Mensen met een hobby, Désanne van Brederode,

Vader veegde telkens met zijn rode zakdoek het spekvet van zijn lippen en kin.

Twee vorstinnen en een vorst, R.J. Peskens,

Als in een oude schelmenroman droegen zij allebei een met hooi gevulde bonte zakdoek aan een tak over de schouder, om er geen misverstand over te laten bestaan dat de wereld groter was dan het schoolplein van de christelijke mulo.

Engelenplaque, A.F.Th. van der Heijden,

Ze snoot haar neus in een witte zakdoek.

Gstaad 95-98, Marek van der Jagt,

Ze draagt een blauwe zakdoek om haar haar dat even blond is als dat van het jongetje.

De eerste foto van het album, Henk Romijn Meijer,

met adjectivisch tegenwoordig deelwoord


  • een wapperende zakdoek

Sinds zijn reis met de Schouten associeerde hij meeuwen met afscheid, meeuwen die even wit waren als zakdoeken. Die wapperende zakdoeken fladderden lang mee, tot de kust uit het zicht verdween.

Voel maar, Jan Brokken,

  • een zwaaiende zakdoek

Een vrolijke lach en een wild zwaaiende zakdoek zouden mijn aandacht trekken.

De Hunnen. Dl. 2: Bevrijding, Jan Cremer,

met adjectivisch voltooid deelwoord


  • een besmeurde zakdoek

Werktuiglijk veegt hij met zijn besmeurde zakdoek zijn broekspijpen en schoenen vol met groene verf.

Zonder genade, Renate Dorrestein,

  • een geborduurde zakdoek

Een geborduurde zakdoek is een leuk geschenk bij bruiloften of een afscheidsfeest. Deze zakdoek kunnen wij voor u helemaal op maat maken, bedrukt en/of geborduurd met een naam, logo of persoonlijke boodschap.

http://www.idwear.nl/textiel/diversen/zakdoek.aspx

  • een in eau de cologne gedrenkte zakdoek
  • een in rozenwater gedrenkte zakdoek

Uit het lijkenhuisje kwamen snikkende mensen, ambtenaren en agenten ondersteunden de bezoekers, met in eau-de-cologne gedrenkte zakdoeken werden rode ogen gedept.

De Hunnen. Dl. 3: Vrede, Jan Cremer,

Alle vertrekken werden dag en nacht met rozenwater besprenkeld, en een hoveling werd aangesteld om een in rozenwater gedrenkte zakdoek voor de sultaneske neus te houden.

Donderdagmiddag. Halfvier, Kristien Hemmerechts,

  • een geknoopte zakdoek

Dom en log staat de baby met zijn geknoopte zakdoek op zijn kop en zijn broekspijpen in zijn sokken vadsig tegen een reliëf aan.

De kus, Jan Wolkers,

  • een geparfumeerde zakdoek

Tussen twee vingers knijpt hij zijn das recht, stoft met zijn geparfumeerde zakdoek de kruimels van zijn knieën af, trekt even de vouw van zijn broekspijpen recht.

De reis, Rose Gronon,

  • een gestreken zakdoek

Firmin De Bontridder sloot de deur van zijn appartement op de negende verdieping, blonk met een gestreken zakdoek de goudkleurige drieën van zijn huisnummer op en liep naar het einde van de gang.

Kras, Peter Terrin,

  • een opgevouwen zakdoek

Hij wist met opgevouwen zakdoek het zweet van zijn voorhoofd, en stopt de zakdoek weer in zijn broekzak.

De garderobier, Donald Niedekker,

  • een uitgespreide zakdoek

Op zijn op de zitting uitgespreide zakdoek ligt een bergje van die gele rotsjes.

De kus, Jan Wolkers,

  • een uitgevouwen zakdoek

Verwijtend keek ze hoe ik mijn oude pet opzette, eerst een uitgevouwen zakdoek over mijn hoofd voor het bloed in mijn nek, daarna voorzichtig de pet op mijn bonkende hoofd.

De Hunnen. Dl. 3: Vrede, Jan Cremer,

  • een verfrommelde zakdoek

Mijn zuster bette haar ogen met een verfrommelde zakdoek.

Emmeke, Jan Lampo,

met adjectief erachter


  • een zakdoek, zakdoeken vol

Denkt hier iemand na, of snuit hij alleen zijn neus? Het is een hele zakdoek vol, ongetwijfeld.

Averechts, Gerrit Komrij,

Eerst huilt de beurs zakdoeken vol over orders die in Londen worden uitgevoerd en beschuldigt de eigen leden van overspel: in Amsterdam trek in een hapje krijgen, maar in Londen gaan eten.

NRC,

met voorzetselgroep


Voorzetsel: in

  • een zakdoek in de hand

Hij had zijn zakdoek al in zijn hand en boende er op los zonder haar te durven aankijken.

Een hete ijssalon, Heere Heeresma,

  • een zakdoek in de mouw

Ze propte nu ook zijn zakdoek in haar mouw.

Donderdagmiddag. Halfvier, Kristien Hemmerechts,

Voorzetsel: met

  • een zakdoek met monogram
  • een zakdoek met initialen

Wanneer de moordenaar de zakdoek met zijn initialen achterlaat, induceert dit bij de detective de overtuiging dat S aan het werk is.

http://spitswww.uvt.nl/~buekens/GRICE.DOC.

Op maandagochtend lagen de getuigenissen van Ritgers terugkeer verspreid over zijn bureau: een half opgegeten pen, zijn zakdoek met monogram en een rubber balletje waar hij graag in kneep.

De necrologieschrijver: een obsessieve zoektocht, Porter Shreve,

  • een zakdoek met olievlekken

Nee, het was onmogelijk dat die grote, sterke man van de garage een kind als Fonsje had voor wie hij een zakdoek met olievlekken uit zijn overall zou moeten halen om hem mee droog te vegen.

De gelukkige, Mensje van Keulen,

Voorzetsel: op

  • een zakdoek op zijn hoofd knopen

De zon brandt. Ik knoop een zakdoek op mijn hoofd.

Calvados, Elvis Peeters,

  • een zakdoek op zijn kop

Dom en log staat de baby met zijn geknoopte zakdoek op zijn kop en zijn broekspijpen in zijn sokken vadsig tegen een reliëf aan.

De kus, Jan Wolkers,

  • zakdoek op de schedel

In Melbourne had Agassi zijn lange lokken afgeknipt en introduceerde hij zijn nieuwe piratenuiterlijk: zakdoek op de schedel, oorbellen en ruimvallende, kleurige kleding.

NRC,

Voorzetsel: over

  • een zakdoek over zijn kop

Koppig als een os stort hij zich met zijn filmtoestel in zijn handen geklemd langs het moeilijk begaanbare rotspad de diepte in. De baby in zijn kielzog. Zijn zakdoek over zijn stompe kop.

De kus, Jan Wolkers,

Voorzetsel: tegen

  • (met) een zakdoek tegen de lip (drukken, houden)
  • (met) een zakdoek tegen de mond (drukken, houden)
  • (met) een zakdoek tegen de neus (drukken, houden)
  • (met) een zakdoek tegen de ogen (drukken, houden)
  • (met) een zakdoek tegen het voorhoofd (drukken, houden)

Hij hield een natte zakdoek tegen zijn voorhoofd en probeerde een satirisch tijdschrift te lezen dat hij op een pilaartje in de buurt van het museum van de zee gevonden had.

Overspel, Mensje van Keulen,

'Wat verschrikkelijk voor je,' zei tante Ghislaine, met een zakdoek tegen de mond gedrukt.

Morgenster, Jaap Scholten,

Mijn hoofd vooroverhouden, met mijn ene hand een zakdoek tegen mijn neus, met mijn andere mijn neusbeentje dichtknijpen.

De gelukkige, Mensje van Keulen,

Suzette stond niet meer, ze zat op de rand van de twijfelaar, een natte zakdoek tegen haar lip.

't Is zo weer nacht, Joyce Roodnat,

Ze slikte een paar keer en drukte hard met haar zakdoek tegen haar ogen voor ze verder las.

De tweede geschiedenis, Loes Wouterson,

Voorzetsel: tot

  • een zakdoen tot een bal knijpen
  • een zakdoek tot een muis vouwen

Iemand stopte iets in haar hand, het was een zakdoek, ze kneep erin, kneep de zakdoek tot een bal.

Over de grens, Chaja Polak,

Esther vraagt of ik tenminste toch een week wil blijven en vindt steun bij Steven en tot mijn verbazing ook bij de kinderen. Dat komt doordat ik een zakdoek tot een muis kan vouwen en die levensecht tegen mijn arm op laat lopen.

Het pistool van de rekening, Jan Willem Holsbergen,

Voorzetsel: uit

  • een zakdoek uit de mouw

Ze trok echter een grote rode zakdoek uit haar mouw waarmee ze enkele malen haar gezicht afdepte.

Ritueel des doods, Willem Zebregs,

  • een zakdoek uit de zak

Rosa trok een zakdoek uit haar zak en veegde het neusje af.

Over de grens, Chaja Polak,

Voorzetsel: van

  • een zakdoek van mijn moeder

Dat is nog een zakdoek van mijn moeder.

Mevrouw mijn moeder, Yvonne Keuls,

Voorzetsel: voor

  • een zakdoek voor de mond

Hij hield zijn zakdoek voor de mond, maar hij kon zich niet meer bedwingen.

Kermis, Gaston Durnez,

  • (met) een zakdoek voor neus en mond

Alle indrukken vervloeiden in elkaar, de Turkse soldaten met een zakdoek voor neus en mond, de met Turkse en Europese vlaggetjes zwaaiende klauwaarts langs de weg.

De stoelendans, Paul Koeck,

  • een zakdoek voor de ogen

Hilde, een zakdoek voor de ogen, en haar begeleidster stappen demonstratief op - de rechtszaak is dan nog geen vijf minuten oud.

NRC,

  • een zakdoek voor het gezicht

De Bulgaren deden hetzelfde tegen de luchtvervuiling die de inwoners van een hele stad, Roese, dwong op straat zakdoeken voor het gezicht te dragen.

http://www.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Communisme/tekenen.html,

in voorzetselgroep


  • iets aan een zakdoek afvegen
  • iets met een zakdoek afvegen

Ze vinden het niet gek als Erik even later haar gezicht met zijn zakdoek afveegt.

Je moet niet denken dat ik altijd bij je blijf, Hans Münstermann,

Hij zweeg even, veegde zijn handen aan zijn zakdoek af en keek een beetje verschrikt naar de koffie die ik niet had opgedronken.

De koorddanseres en andere herinneringen, Rico Bulthuis,

  • in een zakdoek snuiten
  • in een zakdoek snikken

Zij snuit hard in haar zakdoekje, lang niet comme il faut, maar zij kan het niet helpen.

Emily Beyns, of Het heilig zwijgen. Dl. 1: Verwanten, Clem Schouwenaars,

Naast zich hoorde hij Julia snikken in haar zakdoek.

Siegfried, Harry Mulisch,

  • iets in een zakdoek knopen
  • iets in een zakdoek wikkelen
  • vier knopen in een zakdoek

Snel legde ik vier knopen in de zakdoek en trok die over mijn haren.

De Hunnen. Dl. 2: Bevrijding, Jan Cremer,

Na twee ritten op een groot paard borg ik het rittenboekje bij mijn in mijn zakdoek geknoopte rijksdaalder en ging naar buiten.

Twee vorstinnen en een vorst, R.J. Peskens,

Ze wikkelde de sleutel in een zakdoek en schoof het raam op: 'Vang je hem!'

Oprechter trouw, Henk Romijn Meijer,

  • met een zakdoek aan de neus
  • met een zakdoek aan de ogen

Gudrun - met een zakdoek aan haar neus [...] - draaide zich naar de rennende agent om.

Het goddelijke monster, Tom Lanoye,

'Ik vind het gemeen', zei ze met haar zakdoek aan haar ogen.

De baan van gaan en gissen, Bruno Bartels,

  • iets met een zakdoek afdeppen
  • iets met een zakdoek betten
  • iets met een zakdoek deppen
  • iets met een zakdoek drogen
  • iets met een zakdoek wissen

Met een zakdoek bette hij even zijn ogen, maar dat had niets met emotie te maken, alleen met ouderdom.

Siegfried, Harry Mulisch,

Ik bracht mezelf tot bedaren, droogde mijn wangen met mijn zakdoek, kruiste mijn armen, rekte me op het tafeltje uit en telde de kerktorens in de verte.

Sluitertijd, Erwin Mortier,

Met mijn zakdoek wiste ik een traan uit haar linker ooghoek.

De wekker, André Janssens,

Met mijn zakdoek dep ik zijn tranen af en strijk met mijn hand over zijn voorhoofd.

Twee vorstinnen en een vorst, R.J. Peskens,

  • iets met een zakdoek poetsen
  • iets met een zakdoek schoonmaken
  • iets met een zakdoek schoonvegen
  • iets met een zakdoek schoonwrijven
  • iets met een zakdoek wegvegen

Ik zat losjes boven op een bank en begon zo rustig mogelijk met mijn zakdoek de glazen van mijn brilletje te poetsen.

De hemelvaart van Massimo en Lui oog, Oek de Jong,

In zijn mondhoek zat chocolade, die ik met mijn zakdoek wegveegde.

Siegfried, Harry Mulisch,

Ze veegde mijn kin met een zakdoek schoon.

Gstaad 95-98, Marek van der Jagt,

Ik merkte [...] dat hij nu en dan zijn bril met die dikke glazen afzette [...] en die krachtig met zijn zakdoek schoon wreef.

In liefdesnaam, Adriaan van der Veen,

De onderwijzer had hem met zijn zakdoek schoongemaakt en op de boerderij had hij zijn gezicht met water kunnen afspoelen, terwijl de hele klas er omheen stond.

Vliegen in een spinnenweb, Fernand Auwera,

  • met een zakdoek wapperen
  • met een zakdoek wuiven
  • met een zakdoek zwaaien

Ze droeg een witte pofbloes en wapperde met een zakdoek door de lucht.

Alle vogels van de wereld, Daphne Buter,

Ze hadden gezwaaid met hun zakdoeken en waren uiteindelijk gered door een helikopter.

NRC,

Ze wuifde met haar zakdoek naar een trein met gele gezichten achter de ruiten en een grijze rookpluim waaide boven alles uit.

De lange geboorte, Lut Ureel,

  • naar een zakdoek grijpen
  • naar een zakdoek tasten
  • naar een zakdoek zoeken

Een enkele keer greep hij naar zijn zakdoek, bette zijn ogen en snoot luidruchtig zijn neus.

In liefdes naam, Greta Seghers,

Het bloedde, hij tastte naar zijn zakdoek.

Leven op het lemmet, Renee Van Hekken,

Ze zocht in haar tasje naar haar zakdoek, snoot haar neus en frommelde hem in haar hand.

Het Bureau. Dl. 6: Afgang, J.J. Voskuil,

  • de punt van een zakdoek

Zij leerde mij aan oorhygiëne te doen door daar met de punt van een zakdoek naartoe te gaan.

De Standaard,

  • een petje knopen van een zakdoek

Hij oriënteert zich op de toren van de kathedraal en concludeert dat hij halfweg is, dat het precies op hetzelfde neerkomt of hij nu verdergaat of terugkeert. Dat is een erg minne, maar eigenlijk toch cruciale gedachte, want hij moet nu eindelijk toch eens ergens aankomen. Hij knoopt een petje van zijn zakdoek.

Met het oog op de jaren negentig, Luc Vancampenhout,

met substantief ervoor


  • een berg zakdoeken

Zit hoestend en proestend omringd door drankjes en een berg zakdoeken achter mijn laptopje.

https://twitter.com/jipwijngaarden/status/22226003086544897,

  • een doos zakdoeken

Neem een doos zakdoeken mee om jullie tranen te drogen, want vandaag zullen jullie ons een keertje moeten missen.

http://www.scoutsoelegem.be/system/files/Kabouters_33.pdf

  • een paar zakdoeken

Mijn zondagse pak hangt op zolder, ik heb alleen wat ondergoed en een paar zakdoeken meegenomen.

NRC,

  • een pakje zakdoeken

Een aardige herinnering aan de tijd dat ik buiten Nederland woonde en per vliegtuig van/ naar ouders reisde: als vaarwel geschenkje gaf mijn moeder iedere keer een pakje zakdoeken "voor onderweg" mee.

http://www.huisvlijt.com/2013/08/zakdoeken.html,

  • een stapel zakdoeken

Daarom pakt hij voor de zekerheid ook een stapel zakdoeken in die nog van zijn moeder waren, zodat ze die in geval van nood tegen hun neus kunnen drukken.

De asielzoeker, Arnon Grunberg,

  • een tiental zakdoeken

"Heeft er iemand een witte zakdoek?" vroeg Renier. Een tiental zakdoeken werden hem dadelijk toegestoken.

Requiem voor de geitenmelker, Robin Hannelore,

voorafgegaan door als


  • wit als zakdoeken

Sinds zijn reis met de Schouten associeerde hij meeuwen met afscheid, meeuwen die even wit waren als zakdoeken.

Voel maar, Jan Brokken,

Vaste verbindingen


Woordfamilie


Als deel van een afleiding


Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


Overige woordfamilieleden