zeekant


zeekant 1.0

richting waarin, zijde waaraan de zee zich bevindt; kant van de zee

Semagram


De zeekant…

is een zijde

  • [Plaats] is gericht naar de zee

    Combinatiemogelijkheden


    in voorzetselgroep


    • aan de zeekant
    • naar de zeekant

    Het palenscherm aan de zeekant beschermde de havenhoofden tegen afkalving door de hoge golven.

    http://www.zuiderzeemuseum.nl/

    In de verte staan de pilonen, hoge masten in het water waarover de kabels zullen worden gespannen waarlangs men de stenen wil vervoeren waarmee de Oosterschelde aan de zeekant gedicht zal worden.

    De verpletterende werkelijkheid en andere verhalen, J.M.A. Biesheuvel,

    De elementen die een prominente plek moeten krijgen zijn de sauna (op een woonblok) en naar de zeekant toe terrasvormen en de universiteit van toegepaste kunst.

    http://www.fondsbkvb.nl/studiereis/sympo/uitkomst.htm

    zeekant 2.0

    ((vooral) in België)

    streek die, gebied dat grenst aan de zee; streek in de nabijheid van de zee; kuststreek

    Semagram


    De zeekant…

    is een gebied

    • [Deel] is een deel van een groter grondgebied
    • [Plaats] is gelegen nabij de kust

      Algemene voorbeelden


      De meeste burgers trokken naar de zeekant, Oostduinkerke, Koksijde, De Panne en velen naar Frankrijk.

      De groene jager, Roger Pieters,

      Dan rechtsaf door veld en bos tot aan het kasteel van Wijnendale, door Torhout en zo naar Zedelgem, richting Brugge. De deketelaeres zijn eigenlijk bosmensen, mysterieuze aantrekking te meer voor iemand als ik van de zeekant.

      Verbannen in het vaderland, Karel Jonckheere,