bauwen


bauwen 1.0

( Gezegd van personen)
blaffend roepen

Semagram (extra betekenisinformatie)


Bauwen…

roepen; is een handeling

  • [Wijze] is roepen op een manier die aan een blaffende hond doet denken
  • [Handelende persoon] wordt gedaan door personen

    Algemene voorbeelden


    "Straks drink je nog een paar pilsjes of wat wijn en dan word je misselijk en dan wordt het weer een hele toestand. Waarom blijf je verdomme niet thuis, zoals ik zei [...]. Ik heb balen van dat gezeur aan mijn kop, zeker van iemand die zelf nog geen dubbeltje bij elkaar kan verdienen." "O, wat voel ik me weer slecht vandaag", bauwde ik woedend, "ik kan weer geen stap buiten de deur doen. Maar goed dat de slijter aan huis wil bezorgen." Ze keek me met grote betraande ogen aan. "Ga alsjeblieft weg", zei ze.

    Heden mosselen, morgen gij, Hans Vervoort,

    Woordfamilie


    Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen