geelbruin


geelbruin 1.0

met een naar geel neigende bruine kleur; een naar geel neigende bruine kleur hebbend

Algemene voorbeelden


Na de belichting heeft het beeld diepbruine toonwaarden die na het fixeerbad geelbruin zijn.

http://members.chello.be/cr25588/pH7/texte/Ncr/1a.html

Hij keek naar het dorp dat vijfhonderd meter verder als een wrat op de berg gegroeid leek te zijn, een beetje donkerder van kleur dan de geelbruine rotsen die door de zon tot pulver verschroeid waren.

Na de siësta, Paul Koeck,

De geelborst capucijnapen hebben hun naam te danken aan de duidelijke geel tot geelbruine kleur van hun vacht, vooral op hun borst en schouders.

http://www.apenheul.nl/

Als ze een trek van haar sigaret neemt, valt zijn blik op de geelbruine nicotinevlekjes die haar wijs- en middelvinger ontsieren.

Alle verhalen, Manon Uphoff,

Een schooltas, fonkelnieuw. Amper uit het inpakpapier. Een ongehoorde aderlating voor het gezinsbudget [...]. Fascinerend prachtig was hij, geelbruin, eerder geel dan bruin, met een stijfopstaand deelstuk binnenin, met twee gespen aan de sluitklep en een breed stevig handvat.

Het blauwe meisje en de andere kleuren van de verschrikking, Greta Seghers,

Een echte jonge aardappel met een gladde schil nog, geelbruin, goud bijna.

NRC,

De gevel was opgetrokken uit gladde baksteen in verschillende tinten geelbruin.

De necrologieschrijver, Porter Shreve,

Woordfamilie


Als deel van een afleiding