gesoigneerd


gesoigneerd 1.0

(Gezegd van iemands uiterlijk of delen daarvan; metonymisch ook van personen met een dergelijk uiterlijk.)
verzorgd; netjes

Combinatiemogelijkheden


met substantief


  • gesoigneerd haar
  • een gesoigneerd heerschap
  • een gesoigneerd persoon
  • een gesoigneerd voorkomen
  • een gesoigneerde baard
  • een gesoigneerde dame
  • een gesoigneerde man

Heb je wel eens een foto van Guus Oster gezien, artistiek leider van de Nederlandse Comedie? Keurig in het pak, das, pochet. Gesoigneerd haar en een bril die hem de allure gaf van een bankdirecteur, die zo direct opening van zaken gaat geven over de jaarrekening.

Een soort Engeland, Robert Anker,

Achter het katheder staat, nerveus en verlegen, een man voor wie het eigenlijk niks had uitgemaakt, hier staan of hier niet staan. Gesoigneerd voorkomen, zijden sjaaltje, ringbaardje en verlegen als een jongen van twaalf die door zijn ouders is gesommeerd zijn postzegelverzameling aan de bezoekende oom en tante te tonen.

Berichten uit Maanzaad Stad, Abdelkader Benali,

Bij Nova kwam hij eindelijk aan bod, de glunderende korpschef van Flevoland met zijn gesoigneerde baardje. Hij had een plannetje om nieuwe probleemgezinnen in zijn ressort aan te pakken.

NRC,

met bijwoord


  • fraai gesoigneerd
  • goed gesoigneerd

Het is big business gebleken, de particuliere schoonheidsmarkt waar hij een jaar of zeven geleden in stapte [...]. Goed gesoigneerd, licht gebruind, zorgvuldig gekapt: Habbema is een levend reclamebord voor zijn kliniek.

Trouw,