klungel


klungel 1.0

(pejoratief)

iemand die zich onhandig gedraagt; onhandig persoon; domoor; kluns; sufferd; sukkel

Semagram


Een klungel…

is een persoon

      Hoofdsemagram: kluns


      Algemene voorbeelden


      Als een klungel van de eerste orde stormde hij gewoon naar binnen, en in die fractie van een seconde voor ze uit elkaar sprongen, betrapte hij hun tweeën terwijl ze tegen elkaar aangedrukt stonden tegen de dossierkast en zag hij duidelijk hoe zijn vaders hand boven in haar opgetrokken sweater om haar borst heen lag.

      De wolvenlus, Nicholas Evans,

      Combinatiemogelijkheden


      met adjectief ervoor


      • een hopeloze klungel
      • een nutteloze klungel
      • een ontroerende klungel
      • de verliefde klungel
      • onhandige klungels

      Wade merkte dat hij elke keer als hij een schroevendraaier of een plamuurmes ter hand nam, automatisch zijn schouders aanspande, omdat hij de stem van zijn vader verwachtte die hem voor een nutteloze, hopeloze klungel zou uitmaken.

      Alle families zijn psychotisch, Douglas Coupland,

      De ontslagen arbeider is een ontroerende klungel, die in zijn hoofd een permanent applaus voor zijn mollige dochter hoort. Iedere zondag is haar mislukte Madonna-imitatie, een pijnlijke afgang.

      http://www.ou.nl/open/rma/spiegel/frames11.htm

      Zij buigt voorover en drinkt een slokje uit zijn kop. Ingeval de verliefde klungel nog zou twijfelen. De badjas valt open tot ver boven haar knie, bijna tot waar ik haar broekje zou vermoeden, maar waarschijnlijk zou dat vermoeden overbodig zijn.

      Liliane, of De spiegelingen van leugen en liefde, Clem Schouwenaars,

      "Een beetje brutaal is het lied anders wel," zei een van de heren, "om ons met onhandige klungels en stijve meisjes te vergelijken." "Maar prachtig was het toch ook," zei de jonge gravin. "Het is een vers van Goethe," zei ik, "ik heb het niet gezongen om iemand te beledigen."

      De verpletterende werkelijkheid en andere verhalen, J.M.A. Biesheuvel,

      met substantief ervoor


      • een zooitje klungels

      Hij verscheurt papieren. Schreeuwt dat hij met dit zooitje klungels niet kan werken, ze hebben geen verstand, geen idee van wie hij is, wie hij was, wat hij is.

      Hij zegt dat ik niet dansen kan, Manon Uphoff,

      Woordfamilie


      Als deel van een afleiding


      • klungelachtig
      • klungelen
      • klungelig
      • klungeltje