nachtpon


nachtpon 1.0

japon die meestal 's nachts wordt gedragen tijdens het slapen en die vooral door vrouwen gedragen wordt; nachtjapon

Semagram (extra betekenisinformatie)


Een nachtpon…

is een japon; is een nachtkledingstuk; is een kledingstuk

      Algemene voorbeelden


      In haar nachtpon kwam ze de trap af en ineens zie ik haar staan in de open keukendeur.

      Het verrotte leven van Floortje Bloem, Yvonne Keuls,

      Plots beet hij zo hard in haar tepels dat de tranen haar in de ogen schoten. Halverwege het zuigen hield hij op, wendde voor dat hij in slaap was gevallen en braakte opeens haar melk over haar nachtpon uit.

      Het goddelijke monster, Tom Lanoye,

      Op de rand van zijn bed keek hij toe hoe Maria Pia – zijn aanbiddelijke Maria Pia – een nachtpon uit de linnenkast haalde.

      Over de grens, Chaja Polak,

      Combinatiemogelijkheden


      als object bij een werkwoord


      • een nachtpon aantrekken
      • een nachtpon dragen

      Maar wat vooral mijn aandacht trekt, is wat ernaast ligt: een verrukkelijke witte nachtpon met kanten biezen onderaan en aan de kraag en de manchetten. Straks moet ik nog mijn Eerste Communie doen. En hij beveelt mij [...] oneindig lief die nachtpon aan te trekken. En ik sta daar poedelnaakt, kippenvel tot op mijn hersens, en ook overal elders.

      Lucky Star, Luuk Gruwez,

      En hij, Levinsky, boog zich over haar heen, ze geurde naar zeep, naar jeugd, ze lag op haar rug, de lakens tot aan haar kin opgetrokken. Hij wist dat ze een nachtpon droeg.

      Over de grens, Chaja Polak,

      met adjectief ervoor


      • een doorzichtige nachtpon
      • een lange nachtpon

      Madeleine verschijnt uit de badkamer in haar bloesemwitte doorzichtige nachtpon, haar zwarte haar hangt los, haar lippen zijn rood gemaakt, hij ziet haar lichaam als een schaduw bewegen terwijl zij op hem toekomt.

      Tussen tuin en wereld, Paul De Wispelaere,

      Ze heeft een lange nachtpon aan en een stel kapotte touwschoenen die Nonna gebruikt als ze kruiden plukt.

      De jongen die alles goed wou denken, Ben Faccini,

      • een blauwe nachtpon
      • een lichtblauwe nachtpon
      • een roze nachtpon
      • een witte nachtpon

      Ze stond versteld van hoe ze eruitzag in een blauwe nachtpon, alsof ze weer jong was en dit beeld haar bij wijze van waarschuwing vanuit de toekomst was toegezonden.

      Alle families zijn psychotisch, Douglas Coupland,

      En weer zag hij die ziekenkamer voor zich waar zij in haar lichtblauwe nachtpon, met kletsnat zwart haar, gebogen stond over het dode kind.

      Verbroken zwijgen, J. Bernlef,

      Diegene in de hoek bij het koor die u betitelde als homo en later als travestiet in een roze nachtpon, was ik.

      http://www.gay-haarlem.nl/columns/item/80-roze-nachtpon-en-wodka

      Maar wat vooral mijn aandacht trekt, is wat ernaast ligt: een verrukkelijke witte nachtpon met kanten biezen onderaan en aan de kraag en de manchetten.

      Lucky Star, Luuk Gruwez,

      Woordfamilie


      Als deel van een afleiding


      Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen