schoenmaker


schoenmaker 1.0

iemand die schoenen herstelt, vaak ook verkoopt en soms maakt als beroep

Semagram


Een schoenmaker…

is een persoon

  • [Plaats] werkt meestal in een werkplaats achter zijn schoenwinkel
  • [Activiteit of handeling] herstelt en verkoopt schoenen; maakt soms zelf schoenen op maat
  • [Middel] gebruikt naaigerei, een hamer en spijkertjes, een leest en vormen
  • [Oorzaak, reden of aanleiding] doet zijn werk voor zijn beroep
  • [Organisatie en organisatiewijze] werkt meestal alleen, als zelfstandige; werkt soms als werknemer bij een schoenenfabriek

Algemene voorbeelden


Dat betekent concreet onder meer dat de schoenmaker zijn ambacht uitoefent in de schoenmakerij, dat de warme bakker zijn broodje bakt in het bakhuis uit Meeuwen, dat er donderpreken worden gehouden in de museumkerk van Zepperen, dat de schoolmeester met de meetlat zwaait in het museumschooltje.

De Standaard,

Combinatiemogelijkheden


met adjectief ervoor


  • een orthopedische schoenmaker

De orthopedische schoenmaker kan steunzolen maken om de druk op de voet op gevoelige plekken te verminderen.

http://www.reumafonds.nl/default.htm

Spreekwoorden


schoenmaker, blijf bij je leest


    Zie: schoenmaker, blijf bij je leest

Woordfamilie


Als deel van een afleiding


  • schoenmakertje

Als rechterlid in samenstellingen en samenkoppelingen


  • meesterschoenmaker

Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


  • schoenmakersalaam
  • schoenmakersdorp
  • schoenmakersels
  • schoenmakersknecht
  • schoenmakersmes
  • schoenmakerspek
  • schoenmakerspriem
  • schoenmakerstante
  • schoenmakersvak
  • schoenmakerszoon