sibbe


sibbe 1.0

(genealogie [geschiedkundige hulpwetenschap])

de gezamenlijke verwanten van iemand in ruime zin, zowel in de mannelijke als in de vrouwelijke lijn; familie
In de Oudgermaanse samenleving en als oorspronkelijk begrip in de genealogie. Nog in de literatuur gebruikt.

Semagram


Een sibbe…

is een gemeenschap; is een groep

  • [Leden] bestaat uit bloedverwanten in opgaande lijn en aflopende lijn, hun echtgenotes en nageslacht
  • [Tijd] was in oorsprong een samenlevingsvorm bij de Germanen
  • [Belang] speelde een belangrijke rol in de Germaanse gemeenschap, bv. voor de verdeling van akkerbouwland

    Algemene voorbeelden


    'Neem grootvader,' zei mevrouw Wolff, 'die hertrouwde op zijn zeventigste met de dienstmeid van in de dertig [...]. Geheel ontoerekeningsvatbaar reisde hij met haar af naar Venetië [...]. Maar dat was nog niet alles, hij ging ook met haar naar het Lido. Dat was niets minder dan een affront en dat is hem ook zeer kwalijk genomen.' 'Dan was hij het dus die het jonge volkje provoceerde,' zei Aad. 'Wees niet te hard voor uw sibbe, staat er in de Schrift.'

    Gesprekken in huizen aan zee, Willem Brakman,

    Eilov von Tresckow besloot zijn eigen staat te stichten. Aanvankelijk nog in meer of minder geslaagde nabootsingen van de Ruppiner Bilderbogen, die uit het taaiste hout gehakte voorlopers van het stripverhaal. Allengs in steeds soepeler vorm getekende kronieken van het eigen huis: de avonturen van de honden, katten en paarden, die van zijn broers en zusters. Tot hij bij een van de jaarlijkse bezoeken aan Berlijn in het Altes Museum de Cranachs en Holbeins ontdekte, waarbij hij natuurlijk niet om de Italiaanse vroegrenaissancisten heen kon. Verraad aan zijn sibbe pleegde hij daarmee niet. Tenslotte was de vormentaal van de klassieken ook de uitdrukkingsvorm geweest van zijn eigen geslacht, niet minder dan de gotiek dat voordien was geweest.

    Het overspelige gras, Louis Ferron,

    De verstandigen bouwen er een caravan rond of een mobilhome, zetten hun droom op wieltjes en nemen de hele sibbe mee. Ze zwerven dan veertien dagen landschap in, landschap uit, genieten de vruchten des velds, slapen in embryonale foetushouding, en komen na een paar weken gebroken terug, zwerend de dure eed dat dit nu wel de laatste keer zal geweest zijn.

    De kabouter met het moedervlekje, Louis Verbeeck,

    Het bleek dat in 1472 een van mijn voormoeders getrouwd was met Henric De Keyser. De familie week uit naar Antwerpen en behoorde sindsdien bij de rest van de achtergebleven sibbe De Keyser van Antwerpen. Zijzelf noemden zich De Keyser van Oppyck.

    Half Arabier, half Pajot, Lucas Catherine,

    Dat van die kaarsen brengt me zo op Lennie. Heeft onlangs twee prachtige kandelaars het raam uit geflikkerd [...]. Om te onderstrepen dat hij al een eeuwigheid geleden zijn geloof heeft afgezworen en het hem nu - net als vroeger overigens - steenkoud laat. Dat terwijl de hele sibbe door en door katholiek is. Zonde van het draaiwerk want het waren werkelijk unieke kandelaars. Vol koper.

    De Oceanen, Jan Roets,

    Deze uitverkoren krijgers zouden zij aan zij strijden met de goden tegen de machten van chaos en vernietiging wanneer de Ragnarök aanbrak. Hier verdedigen ze goden en mensen tegen de destructieve machten. En dit is ook wat zij doen of deden tijdens hun leven, want ook hier op aarde verdedigden ze hun stam, hun sibbe en hun goden tegen vijandige machten.

    http://www.traditie.be/artikels.html

    Woordfamilie


    Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    • sibbengeest
    • sibbenkring
    • sibbenlid