smook


smook 1.0

dikke rook of damp

Semagram (extra betekenisinformatie)


Smook…

is rook of damp; is een mengsel; is een stof

  • [Stoffelijke eigenschap algemeen] is dik of vet

    Algemene voorbeelden


    De gelige en zwarte walmen uit de schoorstenen van de textielfabrieken, de Grolsch-bierbrouwerij en de Vredestein-bandenfabriek, vermengden zich met de witte dampen van het brandende veen rond de stad, de prikkelende geur van gier op het land, en vormden met het zweet van de arbeiders een kleverige grauwe smook.

    De Hunnen. Dl. 3: Vrede, Jan Cremer,

    Vaste verbindingen


    een deken van smook

    1. een dichte laag rook

      'Boven dit bureau zal nooit meer die vertrouwde deken van smook hangen,' sprak hij dramatisch. In het pand waar wij werkten was onze kamer het laatste bolwerk waar nog ongestoord gerookt mocht worden en waar werknemers [...] regelmatig onder het mom van een praatje hun shot nicotine kwamen halen.

      Meek stopt met roken, Jan Luik,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding