snaak


snaak 1.0

(schertsend)

mannelijke, meestal jonge persoon die grappig of ondeugend is of opvalt door zijn apart gedrag of zonderling voorkomen; grappige, ondeugende of aparte figuur

Semagram


Een snaak…

is een persoon

  • [Leeftijd] is meestal jong
  • [Eigenschap of hoedanigheid algemeen] is grappig, ondeugend of apart
  • [Geslacht] is van het mannelijk geslacht

    Algemene voorbeelden


    Het is ook een feit dat vooralsnog niemand in de Nete durft te gaan zwemmen. "Je krijgt er schurft van!" zeggen de moeders hier tot hun zwemlustige snaken.

    De Standaard,

    'Tijg,' zei ik, 'ik wou dat ik iemand had met wie ik erover kon praten. Graafland? Ach nee, die snaak met z'n sierknevel en z'n oogje... nee, gewoon een betrouwbaar iemand.'

    De Zonnewijzer, Maarten 't Hart,

    Combinatiemogelijkheden


    met adjectief ervoor


    • een jonge snaak
    • een naïeve snaak
    • een ongetrouwde snaak
    • een vreemde snaak

    Op zestigjarige leeftijd kijkt hij terug op zijn leven en verhaalt hij uitgebreid aan een jonge vriend over zijn meest turbulente jaren, toen hij als jonge en uiterst naïeve snaak naar Londen trok om er kunstschilder te worden.

    De Standaard,

    Helmut Schmidt kijkt met angstig ongeloof naar de "sinds twintig jaar totaal veranderde markten" waar jonge snaken van "tussen de 25 en 35 jaar" op het scherp van de snede spekuleren en "dagelijks honderd maal meer geld verhandelen dan er goederen en diensten aangeboden worden."

    De Standaard,

    'Jongens,' had pa Deschryver gezegd toen Steven en Bruno allebei al een tijdje werkten op de bank. Hij had zijn ongetrouwde snaken gesommeerd naar zijn kantoor met de Vlaamse expressionisten aan de muur.

    Het goddelijke monster, Tom Lanoye,

    Eerst moest hij een heel mooie hal door met overal marmer, naar een prachtig verlichte loge om zich daar te melden. Maar daar sprongen opeens twee hele vreemde snaken uit, die hem bij zijn armen grepen en meenamen naar een schaduwrijke hoek.

    Een weekend in Oostende, Willem Brakman,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    • snaakje
    • snaaks