kettingroker


kettingroker 1.0

iemand die zonder onderbreking sigaretten e.d. rookt; iemand die voortdurend rookt

Semagram


Een kettingroker…

is een persoon

  • [Intensiteit] rookt zonder onderbreking
  • [Activiteit of handeling] rookt
  • [Object betroffen] rookt sigaretten of sigaren enz.

    Algemene voorbeelden


    Strikt naar de letter van de definitie genomen ('iemand die de ene sigaret met de andere aansteekt') was mijn vader geen kettingroker. Het zou zijn acute dood betekend hebben wanneer zijn rookgewoonte door dit begrip plotseling een spiegel voorgehouden had gekregen. Hij wilde er niet aan. Hij zorgde ervoor dat nog tijdens het ten einde roken van een sigaret de volgende al naast het pakje lag. Restte tussen zijn vingers alleen nog een peuk, dan nam hij deze in de mond om een nieuwe sigaret uit het pakje te kunnen tikken. Alles geschiedde met de grootste aandacht. In het achterover gehouden hoofd ging het ene oog helemaal en het andere half dicht tegen de rook die langs zijn neus omhoog lekte. De nieuwe sigaret werd, op de tast bijna, heel secuur tussen het pakje en een doosje lucifers ingeklemd, alsof hij van het verminderd zicht van de roker misbruik zou kunnen maken door weg te vliegen en zo zijn lot te ontlopen ... Vervolgens nam de man het peukje uit de mond, doofde het in de asbak, stak de nieuwe sigaret tussen zijn lippen en streek een lucifer af. Wat hij uitblies moest een mengsel zijn van oude en nieuwe rook. Mijn moeder had hem al eens voorgehouden dat het heel wat geld aan lucifers zou uitsparen indien hij eindelijk de kettingroker wilde zijn die hij in feite was.

    Kleine bloemlezing over roken, A.F.Th. van der Heijden,

    Een van mijn vrienden, een verwoede kettingroker, door longkanker gewurgd, doorstond verschrikkelijke pijnen. Hij vroeg mij op zijn sterfbed alles te doen wat in mijn vermogen lag om de publieke opinie tegen de gevaren van de sigaret te waarschuwen.

    De Standaard,