schavuit


schavuit 1.0

(pejoratief)

man die op een ongeoorloofde, bedrieglijke of schurkachtige manier handelt; schurk

Semagram


Een schavuit…

is een persoon

  • [Gedrag] handelt op een ongeoorloofde, bedrieglijke of schurkachtige manier

    Algemene voorbeelden


    Terwijl de vastgoedmarkt in malaise verkeert, vastgoedfondsen aan de beurs ten prooi vallen aan schavuiten, dient zich een redder uit Canada aan: Richard Homburg. De mysterieuze Homburg heeft nu ruim een half miljard gulden aan vastgoed van noodlijdende fondsen verzameld.

    NRC,

    Combinatiemogelijkheden


    met substantief ervoor


    • een bende schavuiten

    De bemanningen van de Royal Air Force, de RAF, bestaan uit rifjerafje, een bende schavuiten. Ook brandbommen, onzaliger gedachtenis, worden door de Engelsen neergegooid.

    Verbannen in het vaderland, Karel Jonckheere,

    Woordfamilie


    Als deel van een afleiding


    • aartsschavuit
    • schavuitachtig

    Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


    • schavuitenstreek

    schavuit 2.0

    (schertsend)

    deugniet

    Semagram


    Een schavuit…

    is een persoon

        Combinatiemogelijkheden


        met adjectief ervoor


        • kleine schavuit

        Steven zag haar likken aan het rubber speentje en vond dat komisch. 'Kleine schavuit,' zei Tante Marja, 'zit gij mij uit te lachen?' Ze doopte de fopspeen nog eens in de honingpot [...]. Steventje kraaide van de pret.

        Het goddelijke monster, Tom Lanoye,

        Woordfamilie


        Als deel van een afleiding


        • schavuitje